Rijden na ongeldig verklaard rijbewijs of tijdens rijontzegging (art. 9 WVW)

De delictsomschrijving

Artikel 9 van de Wegenverkeerswet 1994 luidt als volgt:
1. “Het is degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd, verboden gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid is ontzegd, op de weg een motorrijtuig te besturen of als bestuurder te doen besturen.
2. Het is degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen dan wel voor een gedeelte van de geldigheidsduur ongeldig is verklaard, indien aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën is afgegeven, verboden op de weg een motorrijtuig van die categorie of categorieën dan wel gedurende dat gedeelte van de geldigheidsduur te besturen of als bestuurder te doen besturen. Hetzelfde verbod geldt voor degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren en dat hij bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs moet voldoen aan de bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 123b, derde lid, gestelde voorwaarden, tenzij aan hem, nadat hij aan deze voorwaarden heeft voldaan, een ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën is afgegeven.
3. Het tweede lid geldt niet ten aanzien van de bestuurder van een motorrijtuig gedurende de tijd dat aan hem ter verkrijging van een rijbewijs voor de categorie of categorieën van motorrijtuigen waarop de ongeldigverklaring betrekking heeft, rijonderricht in de zin van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 wordt gegeven en gedurende de tijd dat door hem een rijproef wordt afgelegd in het kader van een onderzoek, door of vanwege de overheid ingesteld, naar zijn rijvaardigheid of geschiktheid.
4. Het is degene van wie ingevolge artikel 130, tweede lid, de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs is gevorderd, dan wel wiens rijbewijs is ingevorderd en aan wie dat bewijs niet is teruggegeven, verboden op de weg een motorrijtuig van de categorie of categorieën waarvoor dat bewijs was afgegeven, te besturen of als bestuurder te doen besturen.
5. Het is degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat de geldigheid van een op zijn naam gesteld rijbewijs ingevolge artikel 131, tweede lid, onderdeel a, voor een of meer categorieën van motorrijtuigen is geschorst, verboden gedurende de tijd dat de schorsing van kracht is, op de weg een motorrijtuig van de categorie of categorieën waarop de schorsing betrekking heeft, te besturen of als bestuurder te doen besturen.
6. Het vierde en het vijfde lid gelden niet ten aanzien van de bestuurder van een motorrijtuig gedurende de tijd dat door hem een rijproef wordt afgelegd in het kader van een ingevolge artikel 131, eerste lid, onderdeel c, gevorderd onderzoek. Voorts geldt het vijfde lid niet ten aanzien van de bestuurder van een motorrijtuig gedurende de tijd dat aan hem, ter voorbereiding op een onderzoek naar de rijvaardigheid in het kader van een ingevolge artikel 131, eerste lid, onderdeel c, gevorderd onderzoek, rijonderricht in de zin van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 wordt gegeven.
7. Het is degene van wie ingevolge artikel 164 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs is gevorderd, dan wel van wie zodanig bewijs is ingevorderd en aan wie dat bewijs niet is teruggegeven, verboden op de weg een motorrijtuig van de categorie of categorieën waarvoor dat bewijs was afgegeven, te besturen of als bestuurder te doen besturen.
8. Het is degene van wie ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de inlevering van het rijbewijs is gevorderd, dan wel wiens rijbewijs krachtens die wet is ingenomen, verboden op de weg een motorrijtuig, voor het besturen waarvan het rijbewijs is afgegeven, te besturen of als bestuurder te doen besturen met ingang van het tijdstip, bedoeld in artikel 130, eerste lid, van die wet.
9. Het is degene die op grond van artikel 132c, eerste lid, onderdeel d, de feitelijke beschikking heeft gekregen over een rijbewijs waarop de bij ministeriële regeling vastgestelde codering voor deelname aan het alcoholslot is vermeld, verboden een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs is vereist, niet zijnde een bromfiets, te besturen:
a. dat niet is voorzien van een alcoholslot als bedoeld in artikel 132e, eerste lid,
b. waarvan het kenteken in het in artikel 129a bedoelde register aan hem is gekoppeld, terwijl het motorrijtuig is voorzien van een niet-werkend alcoholslot als bedoeld in artikel 132e, eerste lid,
c. waarin wel een alcoholslot als bedoeld in artikel 132e, eerste lid, is ingebouwd, maar waarvan het kenteken in het in artikel 129a bedoelde register niet aan hem is gekoppeld, of
d. terwijl een ander dan de bestuurder heeft geblazen in het alcoholslot als bedoeld in artikel 132e, eerste lid, een en ander tot het tijdstip waarop hij na beëindiging van het alcoholslotprogramma overeenkomstig artikel 132d, eerste of derde lid, overeenkomstig de daarvoor bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels een rijbewijs zonder de voor deelname aan het alcoholslotprogramma vastgestelde codering heeft verkregen.
10. Voor de toepassing van het tweede, vierde, vijfde, zesde en achtste lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland.”

Kort en zakelijk weergegeven gaat het dus om het rijden terwijl het rijbewijs op enige wettelijke wijze is ingenomen. De meest recente versie van het artikel is op 22 oktober 2014 in werking getreden.

Een toelichting

Overtreding van artikel 9 WVW komt veelvuldig voor en is daarom een belangrijk artikel in de Wegenverkeerswet. Het artikel richt zich tot degene die een motorrijtuig bestuurt terwijl hij weet of moet weten dat hij (tijdelijk) niet mag rijden. De strafbepaling strekt tot het beschermen van de verkeersveiligheid door het ondersteunen van het gezag van een rechterlijk vonnis en/of een administratieve beslissing.

Bestuurder

Voor overtreding van artikel 9 WVW is van belang dat de verdachte als bestuurder kan worden aangemerkt. Als bestuurder kan worden aangemerkt degene die de bedieningsorganen van een motorrijtuig hanteert en door middel daarvan de voortbeweging van het motorrijtuig beïnvloedt.

Weg

Voor een bewezenverklaring van artikel 9 WVW is ook van belang dat op de weg wordt gereden. Hieronder wordt begrepen de Nederlandse weg.

Duur ontzegging

Voor een bewezenverklaring van overtreding van artikel 9 lid 1 WVW is vereist dat wordt gereden tijdens een door de rechter of middels een strafbeschikking opgelegde rijontzegging. Deze ontzegging begint op de dag dat het rijbewijs wordt ingeleverd bij het OM of, als dat niet (tijdig) gebeurt, op het moment dat in het vonnis wordt genoemd, verlengd met het aantal dagen dat het rijbewijs te laat is ingeleverd (art. 180 lid 6 WVW). Een ontzegging van de rijbevoegdheid kan pas ten uitvoer worden gelegd wanneer deze aan de veroordeelde is uitgereikt ingevolge de artikelen 587 en 588 Sv en wanneer de veroordeelde in kennis is gesteld van het tijdstip van ingang en de duur van de ontzegging, van de verplichting tot inlevering van het rijbewijs en het gevolg van niet-tijdige inlevering daarvan (art. 180 lid 3 WVW).

Ongeldigverklaring

Voor een bewezenverklaring van overtreding van artikel 9 lid 2 WVW is vereist dat het rijbewijs van de verdachte is ongeldig verklaard voor de categorie die vereist is voor het besturen van het bestuurde type motorrijtuig en dat de verdachte dit wist of moest weten. Voor het bewijs van deze wetenschap is het enkele feit dat het CBR de besluiten tot ongeldigverklaring van het rijbewijs aangetekend en niet-aangetekend heeft verzonden en deze niet retour zijn gekomen in beginsel onvoldoende.

Vordering

Voor een bewezenverklaring van overtreding van artikel 9 lid 4 WVW is vereist dat de verdachte een motorrijtuig heeft bestuurd terwijl de overgifte van zijn rijbewijs door de politie is gevorderd, omdat de politie twijfelt aan de rijgeschiktheid van de verdachte (art. 130 WVW).
1

Schorsing geldigheid rijbewijs

Voor een bewezenverklaring van overtreding van artikel 9 lid 5 WVW is vereist dat de verdachte een motorrijtuig heeft bestuurd van de categorie waarvoor de geldigheid van zijn rijbewijs is geschorst en dat de verdachte dit wist of moest weten. Voor het bewijs van deze wetenschap is het enkele feit dat het CBR de besluiten tot schorsing van de geldigheid van het rijbewijs aangetekend en niet-aangetekend heeft verzonden en deze niet retour zijn gekomen in beginsel onvoldoende.

Invordering/inhouding rijbewijs

Voor een bewezenverklaring van overtreding van artikel 9 lid 7 WVW is vereist dat de verdachte een motorrijtuig heeft bestuurd terwijl zijn rijbewijs is ingevorderd en/of ingehouden. Vaak weet een verdachte dit wel, omdat het rijbewijs dan eerder van de verdachte is gevorderd en door de politie is gehouden.

Vordering inlevering rijbewijs

Voor een bewezenverklaring van overtreding van artikel 9 lid 8 WVW is vereist dat de verdachte een motorrijtuig heeft bestuurd terwijl ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (de Wet Mulder) de inlevering van zijn rijbewijs was gevorderd, vaak door achterstallige betalingen.

Alcoholslot

Voor een bewezenverklaring van overtreding van artikel 9 lid 9 WVW is vereist dat de verdachte een motorrijtuig heeft bestuurd, hoewel hij slechts motorrijtuigen mag besturen met een ingebouwd alcoholslot. Sinds de schrapping van het alcoholslot, is dit artikellid niet/nauwelijks nog van belang.

De strafbedreiging

Overtreding van artikel 9 WVW is een misdrijf. De maximumstraf die op het misdrijf is gesteld, is een gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden en/of een geldboete van de derde categorie (art. 176 lid 4 WVW). Bij overtreding van artikel 9 lid 8 WVW geldt een maximum gevangenisstraf van 2 maanden en/of geldboete van de tweede categorie (artikel 177 lid 1 sub a WVW). Als bijkomende straf kan een ontzegging van de rijbevoegdheid worden opgelegd van maximaal vijf jaren of tien jaren bij recidive (art. 179 lid 1 en lid 4 WVW).

Volgens de LOVS-oriëntatiepunten (de standaardstraffen die de rechtbanken voor overtreding van dit feit opleggen) wordt voor dit feit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 14 dagen opgelegd! De straffen zijn dus zwaar.

De afdoening

Een overtreding van artikel 9 WVW kan worden afgedaan middels een strafbeschikking. Deze strafbeschikking kan op een OM-zitting aan de verdachte worden opgelegd, maar kan ook rechtstreeks (als geldboete) per post aan de verdachte worden toegezonden. Hiervan zal in de praktijk door het OM geen gebruik van worden gemaakt. Nu volgens de richtlijnen van het OM, maar ook volgens de oriëntatiepunten van de rechtbanken op dit feit een gevangenisstraf van 14 dagen, geheel onvoorwaardelijk, staat gesteld, wordt er doorgaans voor gekozen de verdachte te dagvaarden om bij de politierechter te verschijnen, nu de OvJ zelf geen gevangenisstraf mag opleggen. Verder kan een overtreding van artikel 9 WVW afgedaan worden middels een zogenaamde OM-transactie. Toch zal dit zelden tot nooit gebeuren.
2

Strafrechtadvocaat nodig?

Juist omdat rijden na ongeldig verklaard rijbewijs of tijdens rijontzegging (art. 9 WVW) zo complex is en steeds aan de hand van de omstandigheden van het geval moet worden bepaald of sprake is van overtreding hiervan, is het van groot belang dat u zich laat bijstaan door een gespecialiseerde strafrechtadvocaat. Zeker gelet op de belangen die op het spel staan is het verstandig dat u zich vooraf goed laat informeren. Het is van belang om vooraf te weten wat u kunt verwachten en welke verweren namens u gevoerd kunnen worden. U kunt ons altijd benaderen voor gespecialiseerd juridisch advies.

Deskundige strafrechtadvocaat

Strafrechtzaken.nl is een initiatief van een netwerk van strafrechtadvocaten door heel Nederland. Uw zaak zal zo spoedig mogelijk na ontvangst van uw aanmelding worden doorverwezen naar een gespecialiseerde strafrechtadvocaat, welke zo spoedig mogelijk contact met u zal opnemen. U bent met strafrechtzaken.nl verzekerd van deskundige rechtsbijstand op het gebied van het verkeersstrafrecht. De strafrechtadvocaten die bij het netwerk zijn aangesloten hebben kennis en ervaring met rijden na ongeldig verklaard rijbewijs of tijdens rijontzegging (art. 9 WVW). U ontvangt een eerlijk en deskundig advies. Samen met u zal de beste verdedigingsstrategie worden bepaald.

Voordelige strafrechtadvocaat

Advocaat van onvermogen / pro deo-advocaat (toevoeging)
Alle strafrechtadvocaten in ons netwerk zijn bereid u bij te staan op basis van een toevoeging. Dit houdt in dat sprake is van gesubsidieerde rechtsbijstand. Aan de hand van uw inkomen in het peiljaar (twee jaar geleden) wordt door de Raad voor Rechtsbijstand getoetst of u in aanmerking komt voor een toevoeging. Indien u in aanmerking komt voor een toevoeging betaalt u enkel een eenmalige eigen bijdrage aan de advocaatkosten. In veel gevallen bedraagt deze slechts €143,00 voor de gehele zaak! Lees hier meer over bijstand van een gespecialiseerde strafrechtadvocaat op basis van een toevoeging.

Helaas is het in sommige gevallen niet mogelijk om een toevoeging te krijgen. Dit zou kunnen betekenen dat u de kosten van rechtsbijstand zelf moet betalen. Bij strafrechtzaken.nl hanteren wij een voordeeltarief waar u bij alle aangesloten strafrechtadvocaten gebruik van kunt maken. Het betreft een extra voordelig honorarium speciaal voor bezoekers van strafrechtzaken.nl van €125,00 exclusief BTW. Dit voordeeltarief is uitsluitend geldig na doorverwijzing via strafrechtzaken.nl en is niet geldig in combinatie met andere prijsafspraken. Het is altijd verstandig om de zaak met een strafrechtadvocaat te bespreken. Indien de strafzaak wordt geseponeerd, u wordt vrijgesproken of ontslagen van alle rechtsvervolging, kunnen alle kosten van rechtsbijstand door de Staat worden vergoed. Uw strafrechtadvocaat kan u hierin adviseren en namens u een verzoekschrift indienen. Meer informatie hierover kunt u lezen op schadevergoeding strafzaak.

  1. 1 Gerechtshof Leeuwarden 25 januari 2011, VR 2012/5.
    2 Vgl. o.a. Hoge Raad 12 november 2013, NbSr 2013/373.
  2. Vgl. o.a. Hoge Raad 13 maart 2012, NJ 2012/320.
[DISPLAY_ULTIMATE_SOCIAL_ICONS]