Zedenzaken
Geen verleiding minderjarige tot ontucht (art. 248a Sr)
De delictsomschrijving
Artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht luidt als volgt:
“Hij die door giften of beloften van geld of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk beweegt ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.”
Kort en zakelijk weergegeven gaat het dus om het verleiden van minderjarigen tot het plegen van ontuchtige handelingen en/of tot het dulden van ontuchtige handelingen van de verdachte. De meest recente versie van het artikel is op 1 januari 2005 in werking getreden.
Een toelichting
Overtreding van artikel 248a Sr komt in de praktijk veelvuldig voor. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het aanbieden van een nieuwe telefoon aan iemand beneden de achttien in ruil voor bepaalde handelingen en/of het dulden van bepaalde handelingen. De ontucht kan op veel manieren worden gepleegd. Dit varieert van het tongzoenen van een ander tot het wrijven over de clitoris van een ander. Het artikel richt zich tot degene die een overwicht creëert uit feitelijke verhoudingen waardoor een minderjarige ontuchtige handelingen pleegt en/of duldt. Het artikel beschermt voorts zowel vrouwen als mannen, al zijn in de praktijk vrouwen vaker het slachtoffer van dit soort ontucht dan mannen.
Opzet/culpa
Voor overtreding van artikel 248a Sr is allereerst van belang dat de verdachte wist (opzet) of redelijkerwijs moest vermoeden (culpa) dat het slachtoffer beneden de achttien jaar oud was. Of dit het geval is, zal uit de omstandigheden van het geval moeten blijken. Verder is het opzet op de verhouding tussen de middelen en de handelingen vaak snel gegeven. Dat is pas anders wanneer de verdachte zelf geen verband heeft gelegd tussen de middelen en de handelingen.
Door giften of beloften van geld of goed
Een verdachte kan zich schuldig maken aan overtreding van artikel 248a Sr indien hij door middel van giften of beloften van geld of goed een minderjarige aanzet tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen. Van een gift is spraken wanneer aan de minderjarige iets wordt gegeven. Van een belofte is sprake wanneer een gift in het vooruitzicht wordt gesteld door de dader. De gift en/of de belofte moet wel zien op geld of goed. Iets immaterieels in het vooruitzicht stellen of geven is dus niet voldoende. Er moet echt geld of een ander goed worden gegeven of beloofd. Dit geld en/of dit goed moet bovendien wel enige waarde hebben.
Misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht
Hierbij kan aan allerlei afhankelijkheidsverhoudingen worden gedacht. Het kan bijvoorbeeld gaan om een aanzienlijk leeftijdsverschil of een verschil in positie (baas werknemer). Vereist is in ieder geval dat er een afhankelijkheidsverhouding bestaat tussen de verdachte en het slachtoffer, waarbij deze afhankelijkheid uit feitelijke verhoudingen moet voortvloeien, zoals in de hiervoor genoemde voorbeelden. Bovendien moet worden vastgesteld dat degene met het overwicht deze afhankelijkheidsrelatie misbruikt en dus aanwendt om de ontuchtige handelingen te plegen en/of te doen dulden.
Misleiding
Van misleiding is sprake wanneer onwaarheden aan het slachtoffer worden verteld of anderszins worden voorgespiegeld. Hierbij kan het gaan om het aannemen van een valse identiteit op het internet.
Bewegen
Van belang is voorts dat de verdachte het slachtoffer iemand brengt tot het verrichten of dulden van bepaalde handelingen. Dit bewegen moet gebeuren door één van de hiervoor beschreven middelen. Er moet dus een verband bestaan tussen het plegen/dulden van de ontuchtige handelingen en de gift/belofte van goed/geld, de misleiding of het misbruik.
Ontuchtige handelingen
Van ontuchtige handelingen is sprake bij handelingen van seksuele aard die in strijd zijn met de
sociaal-ethische norm. Of hiervan sprake is, is sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
Wanneer bijvoorbeeld twee minderjarigen die slechts marginaal verschillen qua leeftijd seksueel
contact hebben met elkaar, hoeft nog geen sprake te zijn van ontuchtige handelingen, met name niet
wanneer deze een affectieve relatie hebben. Indien geen sprake is van een relatie en verdachte en
slachtoffer elkaar evenmin kenden voorafgaand aan de handelingen, kan de rechter daar wel
conclusies aan verbinden. Ook bij behoorlijke leeftijdsverschillen zal het ontucht in de praktijk al snel
bewezen worden.
De strafbedreiging
Overtreding van artikel 248a Sr is een misdrijf. De maximumstraf die op het misdrijf is gesteld, is een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar en/of een geldboete van de vierde categorie.
De afdoening
Een overtreding van artikel 248a Sr kan worden afgedaan middels een strafbeschikking. Deze
strafbeschikking kan op een OM-zitting aan de verdachte worden opgelegd, maar kan ook rechtstreeks
(als geldboete) per post aan de verdachte worden toegezonden. Er kan eveneens voor worden gekozen
de verdachte te dagvaarden om bij de rechter te verschijnen. Verder kan een overtreding van artikel
248a Sr afgedaan worden middels een zogenaamde OM-transactie. Toch zal dit zelden tot nooit
gebeuren.
Een advocaat
De straffen bij een veroordeling voor overtreding van art. 248a Sr zijn hoog. Ook voor de toekomst, en met name met betrekking tot de aanvraag van een VOG, zijn de gevolgen van een veroordeling voor artikel 248a Sr groot. Gelet hierop, is het van groot belang dat u zich laat bijstaan door een gespecialiseerde advocaat. U kunt ons altijd benaderen voor gespecialiseerde juridische bijstand!
Bekijk ook het overzicht van zedenzaken, lees meer over kosten rechtsbijstand of bekijk onze werkwijze.
Uw zaak bespreken met een strafrechtadvocaat?
Meld uw zaak aan of laat u terugbellen. Een gespecialiseerde strafrechtadvocaat uit ons netwerk neemt contact met u op. De aanmelding is gratis en vrijblijvend.