Verkeersstrafrecht
Wedstrijdverbod (art. 10 WVW)
De delictsomschrijving
Artikel 10 van de Wegenverkeerswet 1994 luidt als volgt:
“1. Het is verboden op de weg een wedstrijd met voertuigen te houden of daaraan deel te nemen.
2. Onder wedstrijd wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan elk rijden met voertuigen ter vaststelling of vergelijking van prestaties hetzij van de deelnemers, hetzij van de voertuigen, hetzij van onderdelen daarvan, hetzij van bedrijfsstoffen.
3. Als deelnemer wordt beschouwd de bestuurder van een voertuig waarmee aan een wedstrijd wordt deelgenomen, en de eigenaar of houder van een voertuig, die daarmee aan een wedstrijd doet of laat deelnemen.”
Kort en zakelijk weergegeven gaat het dus om het houden van wedstrijden op de openbare weg. De meest recente versie van het artikel is op 1 januari 1995 in werking getreden.
Een toelichting
Overtreding van artikel 10 WVW wordt zelden vervolgd door politie en Openbaar Ministerie en is daarom niet een zeer belangrijk artikel in de Wegenverkeerswet. Het artikel richt zich tot degenen die met voertuigen op de openbare weg een wedstrijd houden. Daaronder valt niet alleen de bestuurder van een voertuig, maar ook de eigenaar/houder van een dergelijk voertuig. De strafbepaling strekt tot het beschermen van de verkeersveiligheid.
Ontheffing verbod
Het wedstrijdverbod uit dit artikel is niet absoluut. Er kan door de overheid een ontheffing worden verleend, maar dat zal slechts gebeuren indien wordt aangetoond dat maatregelen zijn getroffen ter voorkoming van deelneming aan de wedstrijd zonder dat de civielrechtelijke aansprakelijkheid voor schade die tijdens de wedstrijd kan ontstaan is gedekt door een verzekering.
Voertuig
Van belang is dat de wedstrijd met voertuigen wordt gehouden. Wedstrijden met voetgangers en ruiters vallen hier niet onder. Indien die gevaar en/of hinder veroorzaken, moet artikel 5 WVW worden aangegrepen.
De strafbedreiging
Overtreding van artikel 10 WVW is een overtreding. De maximumstraf die op de overtreding is gesteld, is een hechtenis van ten hoogste twee maanden en/of geldboete van de tweede categorie (art. 177 lid 1 WVW). Als bijkomende straf kan een ontzegging van de rijbevoegdheid worden opgelegd van maximaal twee jaren of vier jaren bij recidive (art. 179 lid 2 en lid 5 WVW).
De afdoening
Een overtreding van artikel 9 WVW kan worden afgedaan middels een strafbeschikking. Deze strafbeschikking kan op een OM-zitting aan de verdachte worden opgelegd, maar kan ook rechtstreeks (als geldboete) per post aan de verdachte worden toegezonden. Hiervan zal in de meeste gevallen door het OM gebruik worden gemaakt. ]Verder kan een overtreding van artikel 9 WVW afgedaan worden middels een zogenaamde OM-transactie of kan de verdachte worden gedagvaard om bij de kantonrechter te verschijnen. Toch zal dit zelden tot nooit gebeuren.
Een advocaat
Indien u wordt verdacht van overtreding van artikel 10 WVW, is het van groot belang dat u zich laat bijstaan door een gespecialiseerde advocaat. Zeker ook omdat het in de praktijk regelmatig voorkomt dat politie en Openbaar Ministerie dit feit moeilijk kunnen bewijzen. U kunt ons altijd benaderen voor gespecialiseerde juridische bijstand!
Bekijk ook het overzicht van verkeersstrafrecht, lees meer over kosten rechtsbijstand of bekijk onze werkwijze.
Uw zaak bespreken met een strafrechtadvocaat?
Meld uw zaak aan of laat u terugbellen. Een gespecialiseerde strafrechtadvocaat uit ons netwerk neemt contact met u op. De aanmelding is gratis en vrijblijvend.