Verkeersstrafrecht
Joyriding (art. 11 WVW)
De delictsomschrijving
Artikel 11 van de Wegenverkeerswet 1994 luidt als volgt:
“Het is verboden opzettelijk wederrechtelijk een aan een ander toebehorend motorrijtuig op de weg te gebruiken.”
Kort en zakelijk weergegeven gaat het dus om het willens en wetens rijden in een aan een ander toebehorend motorrijtuig, terwijl diegene geen toestemming daarvoor heeft gegeven. Overtreding van dit artikel wordt ook wel ‘joyriding’ genoemd. De meest recente versie van het artikel is op 1 januari 1995 in werking getreden.
Een toelichting
Overtreding van artikel 11 WVW wordt niet heel vaak vervolgd door politie en Openbaar Ministerie, waardoor het artikel geen prominente plaats inneemt in de Wegenverkeerswet. Toch is het artikel van praktisch belang. Het artikel richt zich tot degene die opzettelijk andermans motorrijtuig gebruikt, zonder daartoe toestemming te hebben. De strafbepaling strekt tot het beschermen van de verkeersveiligheid en van het eigendom.
Opzet
Voor een bewezenverklaring van overtreding van artikel 11 WVW is van belang dat bij de verdachte sprake is van opzet. Voorwaardelijk opzet (de lichtste vorm van opzet) is hiervoor voldoende, dus het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat men rondrijdt met een motorrijtuig dat aan een ander toebehoort, zonder dat daarvoor toestemming bestaat.
Motorrijtuigen
Slechts het opzettelijk wederrechtelijk besturen van motorrijtuigen wordt strafbaar gesteld in dit artikel, dus is het opzettelijk wederrechtelijk op andermans fiets fietsen niet strafbaar op grond van dit artikel.
Op de weg
Slechts het op de weg besturen van andermans motorrijtuig valt onder de reikwijdte van dit artikel, dus joyriden op eigen terrein valt niet onder de reikwijdte hiervan.
Gebruiken
Onder gebruiken in de zin van artikel 11 WVW valt het besturen , maar ook het als passagier zo nauw bij het besturen betrokken zijn, dat hij zich toch schuldig maakt aan joyriding.
Wederrechtelijk
Voor een bewezenverklaring van overtreding van artikel 11 WVW is van belang dat het motorrijtuig van een ander wederrechtelijk is gebruikt. Dat wil zeggen dat de rechthebbende geen toestemming mag hebben gegeven om het motorrijtuig te gebruiken.
De strafbedreiging
Overtreding van artikel 11 WVW is een misdrijf. De maximumstraf die op het misdrijf is gesteld, is een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden en/of een geldboete van de derde categorie (art. 176 lid 2 WVW).
De afdoening
Een overtreding van artikel 11 WVW kan worden afgedaan middels een strafbeschikking. Deze strafbeschikking kan op een OM-zitting aan de verdachte worden opgelegd, maar kan ook rechtstreeks (als geldboete) per post aan de verdachte worden toegezonden. Hiervan zal in de meeste gevallen door het OM gebruik worden gemaakt. Verder kan een overtreding van artikel 11 WVW afgedaan worden middels een zogenaamde OM-transactie of kan de verdachte worden gedagvaard om bij de politierechter te verschijnen. Toch zal dit zelden tot nooit gebeuren. Bij recidive wordt er vaak wel voor gekozen de verdachte te dagvaarden.
Bekijk ook het overzicht van verkeersstrafrecht, lees meer over kosten rechtsbijstand of bekijk onze werkwijze.
Uw zaak bespreken met een strafrechtadvocaat?
Meld uw zaak aan of laat u terugbellen. Een gespecialiseerde strafrechtadvocaat uit ons netwerk neemt contact met u op. De aanmelding is gratis en vrijblijvend.