Verkeersstrafrecht
Gevaarlijk rijgedrag (art. 5 WVW)
De delictsomschrijving
Artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 luidt als volgt:
“Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.”
Kort en zakelijk weergegeven gaat het dus om het (kunnen) veroorzaken van gevaar of hinder op de weg. Het artikel is op 1 januari 1995 in werking getreden.
Een toelichting
Artikel 5 WVW wordt ook wel het ‘kapstokartikel’ genoemd. Deze benaming is aan het artikel gegeven omdat een grote verscheidenheid aan gedragingen onder de reikwijdte van dit artikel kan worden gebracht. Denk bijvoorbeeld aan het inrijden op een voorgaande auto omdat je de navigatie aan het instellen bent, maar ook aan het verbranden van hooi op een vlak naast de weg gelegen weiland waarbij de rook het zicht op de weg ernstig beperkt. Kortom, een breed scala aan gedragingen kan strafbaar zijn op grond van dit artikel. Niet is vereist dat deze gedragingen door de verdachte als bestuurder worden verricht (vgl. de voorgaande boer).
Artikel 5 WVW beschermt het belang van de verkeersveiligheid. Uit de wetsgeschiedenis kan worden afgeleid dat de wetgever met deze bepaling slechts evidente vormen van gevaar en/of hinder op de weg beoogde aan te pakken. Het gevaar heeft betrekking op de veiligheid op de weg en is gelegen in een reële kans op een ongeval. Het enkele maken van een verkeersfout, zoals een snelheidsovertreding, is in dit verband niet voldoende.
Gevaar
Het gevaar als bedoeld in artikel 5 WVW heeft betrekking op de verkeersveiligheid. Indien door een bepaalde gedraging van de verdachte een reële kans bestaat op een ongeval, kan sprake zijn van een overtreding van artikel 5 WVW. Er moet dus wel echt sprake zijn van gevaarscheppend gedrag. Het maken van een verkeersfout, hoeft geen overtreding van art. 5 WVW op te leveren. Wanneer iemand bijvoorbeeld 20 km/u te hard rijdt en niet afremt voor een verkeerslicht dat oranje licht uitstraalt (hoewel dat zou kunnen) midden in de nacht wanneer er niemand op de weg is, is geen sprake van gevaarscheppend gedrag en dus evenmin van overtreding van artikel 5 WVW.
Hinder
Niet alleen het veroorzaken van gevaar wordt strafbaar gesteld in artikel 5 WVW, maar ook het veroorzaken van hinder valt onder de reikwijdte van dit artikel. Om bewezen te kunnen verklaren dat sprake is van hinder, hoeft niet te worden vastgesteld dat de vrijheid van het verkeer daadwerkelijk wordt belemmerd, maar kan ook worden volstaan met de vaststelling van minder vergaande inbreuken op de doorstroming van het verkeer of een reële kans daarop. Ook hier geldt evenwel weer dat wel concreet moet worden gemaakt welke hinder precies is veroorzaakt.
De strafbedreiging
Artikel 5 WVW is een overtreding en kan worden gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden en/of een geldboete van de tweede categorie, zo volgt uit de artikelen 171 lid 1 en 178 WVW jo. artikel 23 lid 4 Sr. Daarbij kan – als bijkomende straf – een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van ten hoogste twee jaren worden opgelegd en ingeval van recidive voor de duur van ten hoogste vier jaren, zo volgt uit artikel 179 lid 2 jo. Artikel 5 WVW.
De afdoening
Een overtreding van artikel 5 WVW wordt veelal afgedaan middels een strafbeschikking. Deze strafbeschikking kan op een OM-zitting aan de verdachte worden opgelegd, maar kan ook rechtstreeks (als geldboete) per post aan de verdachte worden toegezonden. Ook wordt in voorkomende gevallen een overtreding van artikel 5 WVW afgedaan middels een zogenaamde OM-transactie. Indien evenwel sprake is van een dodelijk slachtoffer en/of een slachtoffer met ernstig letsel, wordt de verdachte door de officier van justitie gedagvaard om voor de kantonrechter te verschijnen.
Bis in idem
In Nederland geldt de regel dat een verdachte niet twee keer voor hetzelfde feit kan worden vervolgd (het ne bis in idem-beginsel van art. 68 Sr). Bij een vervolging ter zake artikel 5 WVW kunnen problemen ontstaan ten aanzien van dit artikel. In voorkomende gevallen wordt de verdachte bijvoorbeeld vervolgd voor een bepaling uit het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, hoewel dezelfde gedraging wordt tenlastegelegd bij een vervolging ter zake artikel 5 WVW. In dat geval is sprake van strijd met art. 68 Sr. Hetzelfde geldt ingeval reeds een boete is opgelegd voor bepaalde tenlastegelegde feiten ingevolge de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (de zogenaamde Wet Mulder).

Bekijk ook het overzicht van verkeersstrafrecht, lees meer over kosten rechtsbijstand of bekijk onze werkwijze.
Uw zaak bespreken met een strafrechtadvocaat?
Meld uw zaak aan of laat u terugbellen. Een gespecialiseerde strafrechtadvocaat uit ons netwerk neemt contact met u op. De aanmelding is gratis en vrijblijvend.