Geweldsdelicten
Openlijke geweldpleging (art. 141 Sr)
De delictsomschrijving
Artikel 141 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht luidt als volgt:
‘’Zij die openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden of geldboete van de vierde categorie.’’
Hier spreekt men dus over openlijke geweldpleging. Dat is kort gezegd het openlijk in vereniging plegen van geweld tegen personen en/of goederen. Dat houdt in dat dit geweld in het openbaar gepleegd wordt tegen personen of goederen door twee of meer personen gezamenlijk.
Verschil tussen openlijke geweldpleging en (eenvoudige of zware) mishandeling
Dit is geen mishandeling (artikel 300 Sr en verder) en betreft dus een heel ander misdrijf. Het onderscheid tussen openlijke geweldpleging en mishandeling is gelegen in een aantal verschillen:
- Openlijke geweldpleging dient plaats te vinden op een plek waar het geweld voor het publiek waarneembaar is. Dit hoeft geen openbare plaats te zijn. Het kan ook plaatsvinden in een school.
- Openlijke geweldpleging is altijd ‘in vereniging’. Dit houdt in dat dit misdrijf altijd door twee of meer verenigde personen wordt gepleegd. Openlijke geweldpleging kan een persoon dus niet alleen plegen. Dit ligt bij een mishandeling anders. Een mishandeling kan zeker door een persoon alleen worden gepleegd.
- Openlijke geweldpleging kan ook worden gepleegd zonder dat een persoon daadwerkelijk het geweld heeft gepleegd. Hierover onderaan meer. Het Openbaar Ministerie dient bij mishandeling echter wel te bewijzen dat bijvoorbeeld het letsel is toegebracht door de verdachte.
- Het beschermde rechtsgoed is in beginsel verschillend. De strafbaarstelling van openlijke geweldpleging strekt tot bescherming van de openbare orde. Bij mishandeling ligt dit anders. Het beschermde rechtsgoed bij mishandeling is de lichamelijke integriteit. Zowel de literatuur als jurisprudentie wijst echter uit dat er ook individuele rechtsgoederen zoals het recht op eigendom (in geval van goederen) en de lichamelijke integriteit (in geval van personen) in het geding zijn.
Strafmaxima
Om de verschillende strafmaxima voor openlijke geweldpleging in kaart te kunnen brengen dient men het eventueel (te bewijzen) gevolg in aanmerking te nemen. Het ‘kaal’ plegen van openlijk geweld tegen personen of goederen zonder dat er letsel of schade wordt aangericht verschilt bijvoorbeeld van openlijke geweldpleging tegen personen met (zwaar lichamelijk) letsel of de dood tot gevolg of openlijke geweldpleging tegen goederen waarbij deze goederen zijn vernield:
- Geen letsel of vernieling: maximaal vier jaren gevangenisstraf of geldboete van de vierde categorie (artikel 141 lid 1 Sr). Natuurlijk behoort een taakstraf ook tot de mogelijkheden.
- Enig letsel of vernielde goederen: maximaal zes jaren gevangenisstraf of geldboete van de vierde categorie (artikel 141 lid 2 sub 1 Sr). Natuurlijk behoort een taakstraf ook tot de mogelijkheden.
- Zwaar lichamelijk letsel: maximaal negen jaren gevangenisstraf of geldboete van de vijfde categorie (artikel 141 lid 2 sub 2 Sr). Natuurlijk behoort een taakstraf ook tot de mogelijkheden.
- Dood tot gevolg: twaalf jaren gevangenisstraf of geldboete van de vijfde categorie (artikel 141 lid 2 sub 3 Sr). Natuurlijk behoort een taakstraf ook tot de mogelijkheden.
Let op: Openlijke geweldpleging wordt doorgaans in groepsverband gepleegd. De Hoge Raad heeft op 26 september 2017 (bij herhaling van eerdere arresten) bepaald dat de strafverzwaringen uitsluitend betrekking hebben op de dader van wie komt vast te staan, dat hijzelf goederen heeft vernield dan wel het geweld heeft gepleegd waaruit blijkt dat de gevolgen uit artikel 141 lid 2 Sr zijn ingetreden.
Opzet
Het bestanddeel ‘opzet’ neemt bij openlijke geweldpleging een belangrijke plaats in. Het opzet dient gericht te zijn op het in vereniging plegen van openlijk geweld tegen personen en/of goederen. Dit houdt in dat het opzet dus niet op de openbaarheid gericht hoeft te zijn, inhoudende dat een verdachte zich niet bewust heeft hoeven te zijn van de openlijkheid van de geweldpleging.
Openlijk
Het bestanddeel ‘openlijk’ verdient eveneens opmerking. Dit is een ruim begrip. Het gaat in dit kader om een geweldpleging die voor derden zichtbaar had kunnen zijn. Indien derden het openlijke geweld niet hebben waargenomen betekent dit niet dat niet voldaan is aan dit bestanddeel. Uit een arrest van de Hoge Raad d.d. 9 januari 2018 volgt dat slechts vastgesteld moet worden dat derden eventueel zonder enige belemmering op de plaats waar de openlijke geweldpleging plaatsvond aanwezig hadden kunnen zijn.
In vereniging – Wezenlijke en significante bijdrage
Ten aanzien van het bestanddeel ‘in vereniging’ geldt dat bewezen dient te worden dat de verdachte opzet heeft gehad op het in vereniging plegen van openlijk geweld en daaraan een voldoende wezenlijke en significante bijdrage heeft geleverd.
De wezenlijke en significante bijdrage verdient hierbij opmerking. Een daadwerkelijk leveren van een gewelddadige handeling is niet nodig. Het enkele getalsmatig versterken van een groep is weliswaar onvoldoende, maar door bijvoorbeeld vocale aanmoedigingen te leveren kan die wezenlijke en significante bijdrage alsnog worden vastgesteld. Als er sprake is van het leveren van een wezenlijke en significante bijdrage is de verdachte tevens aansprakelijk voor door het door medeverdachten geleverde geweld. Dat dient natuurlijk wel in de tenlastelegging tot uiting te komen.
Geweld
Er dient sprake te zijn van een zodanige kracht dat het rechtsgoed (zijnde de openbare orde en onder omstandigheden ook het recht van eigendom en de lichamelijke integriteit) in gevaar wordt gebracht.
De afdoening
Een overtreding van artikel 141 Sr (openlijke geweldpleging) kan worden afgedaan middels een strafbeschikking. Deze strafbeschikking kan op een OM-zitting aan de verdachte worden opgelegd, maar kan ook rechtstreeks (als geldboete) per post aan de verdachte worden toegezonden. Het loont in dergelijke gevallen vaak om verzet in te stellen tegen de ontvangen strafbeschikking. Uw zaak wordt dan op zitting gebracht waarbij een onpartijdige en onafhankelijke rechter naar uw zaak kijkt. Lees hier meer over het instellen van verzet. Let op: de termijn voor het instellen van verzet bedraagt 14 dagen!
Ook kunt u door het Openbaar Ministerie gedagvaard worden om op een zitting te verschijnen. Dan bekijkt een rechter of u zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 141 Sr (openlijke geweldpleging). Het is altijd raadzaam een gespecialiseerde advocaat in te schakelen. Een dergelijke gespecialiseerde advocaat verschaft deskundige rechtsbijstand. Dit is noodzakelijk in een strafrechtelijke procedure waarbij de belangen vaak groot zijn.
Bekijk ook het overzicht van geweldsdelicten, lees meer over kosten rechtsbijstand of bekijk onze werkwijze.
Uw zaak bespreken met een strafrechtadvocaat?
Meld uw zaak aan of laat u terugbellen. Een gespecialiseerde strafrechtadvocaat uit ons netwerk neemt contact met u op. De aanmelding is gratis en vrijblijvend.