DNA-afname en het DNA-profiel
DNA-afname bij veroordeelden ( Artikel 2)
Personen die voor bepaalde strafbare feiten zijn veroordeeld tot een straf of maatregel zijn verplicht om hun DNA af te staan. Dit DNA-materiaal wordt opgeslagen in een DNA-databank. De afname van DNA-materiaal bij veroordelen is wettelijk geregeld in de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden.
Wanneer DNA-afname?
Niet iedereen die voor een strafbaar feit wordt veroordeeld is verplicht om DNA-materiaal af te staan. In de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden worden enkele voorwaarden genoemd waaraan moet worden voldaan voordat een bevel kan worden gegeven. Ten eerste moet u zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf of taakstraf, of u moet een onherroepelijk geworden strafbeschikking hebben gekregen waarbij aan u een taakstraf is opgelegd. Ten tweede moet u zijn veroordeeld voor een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.
In artikel 1 lid 1 onder c van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden is uiteengezet wanneer iemand als veroordeelde in de zin van deze wet heeft gelden. Tevens geeft deze definitie aan wanneer een veroordeelde DNA moet afgeven, namelijk in het geval van een van de volgende straffen:
- Gevangenisstraf
- Jeugddetentie
- Taakstraf
Ook indien een persoon een taakstraf is opgelegd via een onherroepelijke strafbeschikking van het Openbaar Ministerie, geldt de verplichting om DNA-materiaal af te geven. Een strafbeschikking wordt onherroepelijk als er geen rechtsmiddelen meer tegen openstaan. Dat wil zeggen, de rechtsmiddelen zijn ‘gebruikt’ of de termijn om verzet in te stellen (veertien dagen) is verstreken. Daarentegen is deze verplichting niet van kracht wanneer de taakstraf wordt uitgevoerd als onderdeel van een schikking met het Openbaar Ministerie.
- Militaire detentie
- Plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis
- Terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging
- Terbeschikkingstelling (TBS) met voorwaarden
- PIJ-maatregel
- ISD-maatregel
Ingeval van een geldboete of hechtenis kan de veroordeelde niet worden verplicht om zijn DNA-materiaal af te geven.
Ten tweede geldt als gezegd de eis dat het moet gaan om misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Strafbare feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan zijn misdrijven waarop een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Het gaat dat niet om de straf die de veroordeelde heeft gekregen, maar om de straf die maximaal voor het feit kan worden opgelegd. Tevens worden er ook enkele afzonderlijke strafbare feiten genoemd zoals bijvoorbeeld verduistering, bedreiging, schuldwitwassen, schuldheling en telen van hennep. Zelfs bij misdrijven van minder ernstige aard is het mogelijk dat DNA-materiaal wordt afgenomen.
Indien aan de eerdergenoemde voorwaarden is voldaan, is het Openbaar Ministerie in principe verplicht om het bevel te geven voor de afname van uw DNA-materiaal. Dit principe kent echter twee uitzonderingen. Om te beginnen bent u niet verplicht om DNA-materiaal af te staan indien uw DNA-profiel al bekend is in de DNA-databank. Ten tweede is de afname van uw DNA-materiaal niet vereist als het onwaarschijnlijk is dat uw DNA-profiel van belang kan zijn voor de opsporing van andere strafbare feiten volgens artikel 2 lid 1 onder b van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Hierbij wordt gekeken naar het specifieke misdrijf dat u heeft gepleegd en de omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden. Bijvoorbeeld, in het geval van economische delicten, waarbij de opsporing niet afhankelijk is van DNA-materiaal, is het minder waarschijnlijk dat DNA wordt afgenomen.
Onherroepelijke veroordeling
Volgens de definitie van ‘veroordeelden’ in het kader van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden, is het niet noodzakelijk dat de veroordeling al onherroepelijk is. Zelfs indien een verdachte in eerste aanleg is veroordeeld, maar tegen deze uitspraak in hoger beroep is gegaan, verplicht de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden de betrokkene om DNA-materiaal af te staan. Alleen een strafbeschikking moet zoals gezegd onherroepelijk zijn voordat een bevel kan worden afgegeven door de officier van justitie om DNA-materiaal af te staan.
DNA-afname bij minderjarigen
Ook minderjarigen kunnen worden verplicht om DNA-materiaal af te staan. De Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden maakt geen onderscheid tussen een meerderjarige en een minderjarige veroordeelde. In ECLI:NL:HR:2020:626 oordeelde de Hoge Raad of en in welke mate rekening moet worden gehouden de minderjarigheid van de veroordeelde, afhangt van de specifieke omstandigheden van het geval. Een relevante factor hierbij kan in eerste instantie zijn of de gevolgen van het bepalen en verwerken van het DNA-profiel evident disproportioneel zijn, gezien de omstandigheid dat het misdrijf is begaan toen de veroordeelde minderjarig was. Daarnaast kan de rechter overwegen of, gezien de omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd en de leeftijd van de veroordeelde ten tijde van het misdrijf, er sprake is van een gering recidivegevaar. Hierbij kan ook van belang zijn er of aanwijzingen zijn voor eerder gepleegde relevante misdrijven. Tevens worden minderjarige beschermd door meerdere (internationale) wetten, waaronder het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (het IVRK). Daarom is het indienen van een bezwaarprocedure vaak zinvol voor minderjarigen.
DNA-databank
Na het afnemen van uw DNA wordt een DNA-profiel vastgesteld en opgenomen in de DNA-databank. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is verantwoordelijk voor het opmaken van een DNA-profiel uit celmateriaal. Tevens zorgt het NFI er ook voor dat het DNA-profiel wordt opgeslagen in de DNA-databank. Ook is het NFI verantwoordelijk voor vernietiging en verwijdering van het DNA-profiel. Het Openbaar Ministerie geeft hiervoor de opdracht of de wettelijke bewaartermijn van het DNA-materiaal is verstreken. De wettelijke bewaartermijn hangt af van het gepleegde misdrijf, de opgelegde straf en het strafblad van de veroordeelde. Bij misdrijven waarvoor een maximale gevangenisstraf van zes jaar of meer geldt, wordt het DNA-profiel na 30 jaar vernietigd. In andere gevallen wordt het DNA-profiel maximaal 20 jaar bewaard. Als de veroordeelde in hoger beroep wordt vrijgesproken, dient het DNA-profiel onmiddellijk vernietigd te worden.
De DNA-databank kan worden geraadpleegd bij het opsporen van strafbare feiten. Wanneer op een plaats delict DNA-materiaal wordt gevonden, wordt gecontroleerd of er een overeenkomst is met een DNA-profiel in de databank.
Bekijk ook het overzicht van dna-afname en het dna-profiel, lees meer over kosten rechtsbijstand of bekijk onze werkwijze.
Uw zaak bespreken met een strafrechtadvocaat?
Meld uw zaak aan of laat u terugbellen. Een gespecialiseerde strafrechtadvocaat uit ons netwerk neemt contact met u op. De aanmelding is gratis en vrijblijvend.