DNA-afname en het DNA-profiel
Bezwaar tegen opname DNA-profiel Artikel 7)
Hoewel het onvermijdelijk is dat u DNA-materiaal moet afstaan, heeft u de mogelijkheid om binnen veertien dagen na de DNA-afname bezwaar aan te tekenen tegen de opname van uw DNA-profiel in de DNA-databank. Het bezwaarschrift dient te worden ingediend bij de rechtbank die u in eerste aanleg heeft veroordeeld. Als dit bezwaar succesvol is, wordt het eerder afgenomen DNA-materiaal alsnog verwijderd en vernietigd uit de DNA-databank.
Het indienen van bezwaar tegen de afname van DNA-materiaal is niet mogelijk. Zodra u een bevel tot DNA-afname heeft ontvangen, bent u wettelijk verplicht om hieraan mee te werken. Na de daadwerkelijke afname van het DNA-materiaal heeft u echter de mogelijkheid om een bezwaarschrift in te dienen. Conform artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden staat het een veroordeelde vrij om binnen veertien dagen bezwaar aan te tekenen tegen de verdere verwerking en opslag van het DNA-profiel in de DNA-databank. Het bezwaarschrift tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel dient te worden ingediend bij de rechtbank die in eerste aanleg de uitspraak heeft gedaan of bij de rechtbank in het arrondissement waar binnen verzet tegen de strafbeschikking mogelijk was.
Formele en inhoudelijke verweren
Op grond van artikel 7 lid 2 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden moet het bezwaarschrift met redenen zijn omkleed. In het bezwaarschrift dient dus te worden aangegeven om welke redenen de veroordeelde het niet eens is met het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel. Er kunnen formele verweren en inhoudelijke verweren worden uiteengezet in het bezwaarschrift.
Als niet is voldaan aan de formele eisen voor het bevel tot afname van het celmateriaal, dient de advocaat hiertegen verweer te voeren. Dit zijn zogeheten formele verweren. Het kan bijvoorbeeld gaan om de volgende formele verweren:
- Het bevel van de officier van justitie waarin staat dat u verplicht bent DNA-materiaal af te staan voldoet niet aan de wettelijke vereisten;
- Uit het bevel valt niet op te maken of het bevel tot DNA-afname daadwerkelijk door de officier van justitie is gegeven;
- Uw DNA-materiaal is afgenomen door een opsporingsambtenaar of medewerker van de justitiële inrichting, terwijl dit eigenlijk door een arts of verpleegkundige had moeten gebeuren. De opsporingsambtenaar of medewerker van de justitiële inrichting heeft dit tijdens de afname niet ter sprake gebracht, waardoor u hier geen bezwaar tegen kon maken; en
- De opsporingsambtenaar of medewerker van de justitiële inrichting was niet bevoegd het DNA-materiaal af te nemen, omdat hij niet over de juiste certificaten beschikt.
Daarnaast is het voor de veroordeelde ook mogelijk om een inhoudelijk verweer te voeren tegen het bepalen en verwerken van uw DNA-profiel. Hierbij gaat het niet zozeer om de manier waarop u DNA-materiaal hebt moeten afstaan, maar om het doel wat de officier van justitie met uw DNA kan bereiken. Bij de beoordeling van een bezwaarschrift volgens artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden – gericht tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van de veroordeelde in de DNA-databank – dient de rechter te onderzoeken of zich een van de uitzonderingen genoemd in artikel 2 lid 1 onder b van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden zich voordoet. Deze uitzonderingen houden in dat het bepalen en verwerken van het DNA-profiel niet van betekenis zal kunnen zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten van de veroordeelde, gezien de aard van het misdrijf en/of de bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd. In het arrest ECLI:NL:HR:2008:BC8234 oordeelde de Hoge Raad dat de maatstaf ‘aard van het misdrijf’ betrekking heeft op misdrijven waarbij DNA-onderzoek geen bijdrage kan leveren aan de opsporing. De maatstaf ‘bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd’, is gerelateerd aan de persoon van de veroordeelde. Hierbij gaat het om situaties waarin, ondanks een veroordeling wegens een misdrijf, een DNA-onderzoek niet gerechtvaardigd kan worden vanwege de gegeven omstandigheden.
Simpelweg gezegd, het heeft alleen zin om inhoudelijk verweer te voeren als redelijkerwijs aannemelijk is dat het bepalen en verwerken van het DNA-profiel, gezien de aard van het misdrijf en/of de specifieke omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd, geen waarde zal toevoegen aan de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten van de veroordeelde. In artikel 2 van de wet DNA-onderzoek bij veroordeelden zijn deze twee uitzonderingsgevallen opgenomen. Beiden uitzonderingsgevallen worden vaak in samenhang gelezen en beoordeeld door de rechter.
- De eerste uitzonderingsgrond is van toepassing indien het aannemelijk is dat het DNA vanwege de aard van het misdrijf niet kan bijdragen aan de voorkoming, opsporing, vervolging of berechting van strafbare feiten van de veroordeelde. Tijdens de bezwaarprocedure is het belangrijk om na te gaan of opname van DNA-materiaal in de DNA-databank kan bijdragen aan de opsporing van het strafbare feit waarvoor u bent veroordeeld. Bij sommige strafbare feiten is dit niet geval. In de jurisprudentie zijn daarvan enkele voorbeelden te vinden, zoals: 1. Oplichting (al dan niet via internet);
1. Computervredebreuk;
1. Witwassen;
1. Bijstandsfraude;
1. Verduistering van een geldbedrag;
1. Het bezit van kinderporno;
1. Valsheid in geschrifte;
1. Meineed; of
1. Economische delicten.
2. Indien het DNA, vanwege de specifieke omstandigheden waaronder het misdrijf heeft plaatsgevonden, niet relevant zal zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten van de veroordeelde. Enkele voorbeelden van specifieke omstandigheden zijn een incidenteel voorval, de minderjarigheid van de veroordeelde tijdens het moment van het strafbare feit, de kans op recidive is zeer klein en/of sinds het strafbare feit heeft de veroordeelde het leven in positieve zin weer op de rit gekregen.
Gevolgen bezwaar
Zolang er een mogelijkheid bestaat om bezwaar in te dienen tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel en zolang een ingediend bezwaarschrift niet is ingetrokken of er nog geen besluit is genomen, zal er geen DNA-profiel worden vastgesteld op basis van het celmateriaal van de veroordeelde op grond van artikel 7 lid 4 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden.
Als het bezwaarschrift door de rechtbank wordt aanvaard, zal de rechtbank de officier van justitie opdragen om het celmateriaal van de veroordeelde onmiddellijk te laten vernietigen conform artikel 7 lid 5 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden.
Indien de rechter het bezwaarschrift ongegrond verklaard, kan de veroordeelde daartegen niet in hoger beroep gaan. Het is daarom raadzaam om u te laten bijstaan en adviseren door een gespecialiseerde strafrechtadvocaat.
Bekijk ook het overzicht van dna-afname en het dna-profiel, lees meer over kosten rechtsbijstand of bekijk onze werkwijze.
Uw zaak bespreken met een strafrechtadvocaat?
Meld uw zaak aan of laat u terugbellen. Een gespecialiseerde strafrechtadvocaat uit ons netwerk neemt contact met u op. De aanmelding is gratis en vrijblijvend.