DNA-afname en het DNA-profiel
Bevel DNA-afname ( Artikel 2)
De Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden biedt de mogelijkheid om bij specifieke groepen veroordeelden DNA-materiaal af te nemen. Deze wet is van belang voor het voorkomen, opsporen, vervolgen en berechten van misdaden waarbij lichaamsmateriaal van daders wordt aangetroffen. Het bevel tot DNA-afname wordt uitgevaardigd door de officier van justitie.
Vereisten bevel DNA-afname
Voor het bevel tot het afnemen van DNA-materiaal bij veroordeelden zijn formele eisen van toepassing. Indien niet aan deze vereisten wordt voldaan, is het bevel niet rechtsgeldig. Hierdoor kan het voorkomen dat op basis van deze grond een bezwaarschrift tegen de verwerking en opslag van het DNA conform artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeeld wordt gehonoreerd. In een dergelijk geval moet het afgenomen DNA-materiaal worden vernietigd.
In artikel 3 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden worden specifieke eisen gesteld aan het bevel tot afname van DNA.
- Om te beginnen moet het bevel tot afname van DNA-materiaal voorzien zijn van een datering en handtekening, waarbij de locatie, datum en het tijdstip van uitvoering van het bevel vermeld dienen te zijn.
- Daarnaast moet het bevel het misdrijf omschrijven waarvoor de betrokken persoon is veroordeeld, inclusief vermelding van de strafbeschikking, het vonnis, of het arrest waarin de veroordeling is vastgelegd.
- Ten derde, indien mogelijk, bevat het bevel de naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en woon- of verblijfplaats van de veroordeelde.
- Ten slotte dient het bevel tot afname van DNA-materiaal informatie te verstrekken over het rechtsmiddel (bezwaarprocedure) dat beschikbaar is tegen het opnemen en verwerken van het DNA-profiel van de veroordeelde, inclusief de termijn waarbinnen dit rechtsmiddel kan worden ingezet.
Termijn bevel
In de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden is geen termijn opgenomen voor het geven van het bevel tot afname van DNA-materiaal. Dientengevolge is er geen sanctie verbonden aan het (te) laat afgeven van dit bevel. Desalniettemin valt uit de wetsgeschiedenis af te leiden dat de wetgever heeft beoogd dat het bevel tot afname van het DNA-materiaal door de officier van justitie zo spoedig mogelijk en kort na de veroordeling moet worden afgegeven. In ECLI:NL:HR:2016:2073 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de wettelijke bepalingen – met name artikel 2 lid 1 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden – geen belemmeringen stellen voor het afnemen van celmateriaal en het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van een veroordeelde, zelfs als er sprake is van een aanzienlijk tijdsverloop tussen de veroordeling en het bevel tot afname van celmateriaal. Dat wil niet zeggen dat het tijdsverloop tussen de veroordeling en het bevel tot afname niet mee kan wegen in het eindoordeel van de rechter. In ECLI:NL:RBOVE:2020:4150 heeft de rechtbank bijvoorbeeld geoordeeld dat gezien het grote tijdsverloop tussen de veroordeling en het bevel tot afname van DNA-materiaal in samenhang met de blanco documentatie van de veroordeelde geen redelijk belang wordt gediend tot opslag en opname van het DNA-profiel van de veroordeelde. Hierdoor moest het celmateriaal van de veroordeelde worden vernietigd.
Hoe wordt DNA-materiaal afgenomen?
DNA-afname vindt plaats nadat de officier van justitie daarvoor een bevel heeft gegeven. Op het moment dat de veroordeelde het bevel ontvangt om DNA-materiaal af te staan, bevindt de veroordeelde zich ofwel in een justitiële inrichting dan wel op vrije voeten. Voor veroordeelde die nog niet in een justitiële inrichting verblijven, is het vereist dat zij zich melden op het politiebureau. In het bevelschrift dat de veroordeelde ontvangt staat de datum, tijd en locatie van het desbetreffende politiebureau vermeld.
De voorkeursmethode voor DNA-afname is doorgaans het verzamelen van wangslijmvlies met een wattenstaafje op grond van artikel 5 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Als deze methode geen geschikt celmateriaal oplevert vanwege medische redenen, kan bloedafname of het verzamelen van haarwortels worden toegepast. Deze alternatieve methoden kunnen ook worden ingezet als de veroordeelde weigert mee te werken aan de afname, aangezien het verzamelen van wangslijmvlies onder dwang moeilijk uitvoerbaar is.
Krachtens artikel 5 lid 2 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden moet DNA-materiaal worden afgenomen door een arts of verpleegkundig. In de praktijk wordt DNA-materiaal veelal afgenomen door een opsporingsambtenaar of medewerker van een justitiële inrichting. Dit is toegestaan, maar slechts onder strikte voorwaarden. Het gaat dan onder meer om de volgende voorwaarden:
- De veroordeelde heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt (artikel 3 lid 3 van het Besluit DNA-onderzoek bij veroordeelden).
- De opsporingsambtenaar of medewerker van de justitiële inrichting is hiervoor aangewezen door de officier van justitie.
- De opsporingsambtenaar of medeweker van de justitiële inrichting moet hier tevens de juiste opleiding voor hebben gevolgd (artikel 8 Regeling DNA-onderzoek in strafzaken). Meer specifiek gaat het om de opleiding ‘Afname celmateriaal van personen ten behoeve van DNA-onderzoek’ die op de Politieacademie wordt gegeven.
Indien de veroordeelde verzoekt de DNA-afname te laten uitvoeren door een arts of verpleegkundige kan een dergelijk verzoek niet worden geweigerd.
Indien er geen gehoor wordt gegeven aan de oproep tot melding, zal de officier van justitie een aanhoudingsbevel uitvaardigen. Dit betekent dat de veroordeelde op elk moment kan worden gearresteerd en
Bekijk ook het overzicht van dna-afname en het dna-profiel, lees meer over kosten rechtsbijstand of bekijk onze werkwijze.
Uw zaak bespreken met een strafrechtadvocaat?
Meld uw zaak aan of laat u terugbellen. Een gespecialiseerde strafrechtadvocaat uit ons netwerk neemt contact met u op. De aanmelding is gratis en vrijblijvend.