Beslag
Beslag – artikel 134 lid 1 Sv, 94 Sv / 94a Sv - Strafrechtzaken.nl
Strafrechtelijk beslag
In Nederland is het mogelijk om strafrechtelijk beslag te leggen op specifieke voorwerpen, mits de beslaglegger bevoegd is en het voorwerp geschikt is voor beslaglegging. De criteria voor het leggen van beslag op voorwerpen zijn vastgelegd in het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), waarin wordt bepaald in welke situaties voorwerpen in beslag kunnen worden genomen.
Inhoudsopgave:
- Wettelijke grondslag
- Bewijs van inbeslagname
- Afhandeling beslag
- Einde beslag
Wettelijke grondslag
In artikel 134 lid 1 Sv is bepaald dat onder inbeslagneming van ‘eenig voorwerp’ wordt verstaan: ‘het onder zich nemen of gaan houden van dat voorwerp ten behoeve van de strafvordering’.
Het Nederlandse Wetboek van Strafvordering voorziet in twee juridische grondslagen voor het leggen van beslag in zaken:
- In de wet is ten eerste het klassieke beslag opgenomen, zoals beschreven in artikel 94 Sv. Dit artikel stelt dat alle voorwerpen die relevent zijn voor het aan het licht brengen van de waarheid of voor het aantonen van wederrechtelijk verkregen voordeel, zoals omschreven in artikel 36 Wetboek van Strafrecht, onderhevig zijn aan inbeslagname. Daarnaast kunnen voorwerpen die in aanmerking komen voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer eveneens in beslag worden genomen. Een strafvorderlijk klassiek beslag kan dus zijn:
1. Een waarheidsvindingbeslag,
-
Om de waarheid aan de dag te brengen (artikel 94 lid 1 Sv)
-
Om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen (artikel 94 lid 1 Sv)
-
1. Een waardebeslag,
1. Ter verbeurdverklaring (artikel 94 lid 2 Sv)
1. Ter onttrekking aan het verkeer (artikel 94 lid 2 Sv)
2. Ten tweede is in de wet het conservatoir beslag opgenomen, zoals uiteengezet in artikel 94a Sv. Om conservatoir beslag te kunnen leggen, moet er een verdenking of veroordeling zijn van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd. Het is bedoeld om een verhaalsmogelijkheid te waarborgen voor het geval dat er later een geldvordering, zoals een geldboete, een schadevergoeding of een ontnemingsmaatregel wordt opgelegd.
Bewijs van inbeslagname
De politie documenteert de inbeslagname in het zaakdossier middels een zogeheten proces-verbaal. Bovendien stelt de opsporingsambtenaar een kennisgeving van inbeslagname op volgens artikel 94 lid 3 Sv, ten behoeve van het Openbaar Ministerie. Dit gebeurt zelfs als de inbeslagname op aanwijzing en onder verantwoordelijkheid van de officier van justitie of de rechter-commissaris heeft plaatsgevonden. De opsporingsambtenaar overhandigt de beslagene een ontvangstbewijs.
Afhandeling beslag
Na de inbeslagname van een voorwerp, moet de officier van justitie conform artikel 116 Sv bepalen wat er met het beslag moet gebeuren in het belang van de strafvordering. Er zijn drie verschillende mogelijkheden:
- Het beslag wordt beëindigd en het voorwerp wordt teruggegeven aan de beslagene.
- Indien de beslagene schriftelijk afstand doet, kan het voorwerp worden teruggegeven aan de rechthebbende, in bewaring worden genomen of worden behandeld alsof het verbeurd is verklaard of onttrokken is aan het verkeer.
- Ten slotte kan de officier van justitie ambtshalve beslissen tot teruggave aan de persoon die redelijkerwijs als rechthebbende wordt aangemerkt. De officier van justitie stelt de beslagene in kennis van zijn voornemen, hiertegen heeft de beslagene het recht om binnen veertien dagen te klagen tegen deze beslissing.
Einde beslag
Op basis van artikel 134 lid 2 Sv eindigt het beslag door:
- Teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp of uitbetaling van de waarde ervan.
- Een instructie van het Openbaar Ministerie zoals beschreven in artikel 116 lid 2 onder c Sv. Indien de persoon bij wie het voorwerp in beslag is genomen zegt dat het van hem is, kan het Openbaar Ministerie beslissen dat daarmee wordt gehandeld alsof het voorwerp verbeurd is verklaard of is onttrokken aan het verkeer.
- Een machtiging zoals beschreven in artikel 117 Sv is verleend, mits het voorwerp niet voor winst is verkocht. Het Openbaar Ministerie kan een dergelijke machtiging verlenen voor voorwerpen die niet geschikt zijn voor opslag, voor voorwerpen waarvan de bewaarkosten niet in verhouding staat tot hun waarde of voorwerpen die vervangbaar zijn en waarvan de waarde eenvoudig kan worden vastgesteld.
- De bewaring zoals bepaald in artikel 118 lid 3 Sv door tijdsverloop is beëindigd en zonder dat het voorwerp voor winst is verkocht. De bewaarder mag andere inbeslaggenomen spullen dan geld na twee jaar verkopen.
Tegen de machtiging tot verkoop kan niet worden geklaagd volgens artikel 552a lid 1 Sv (Hoge Raad 2 maart 1999, NJ 1999, 416).
Schadevergoeding bij vervreemding (verkoop) of vernietiging
Indien het in beslag genomen goed niet meer kan worden teruggeven omdat het reeds is verkocht of vernietigd, is de bewaarder (doorgaans de Dienst Domeinen Roerende Zaken) op grond van artikel 119 lid 2 Sv verplicht de prijs te vergoeden die het goed heeft opgebracht bij verkoop of die het redelijkerwijs zou hebben opgebracht.
Bekijk ook het overzicht van beslag, lees meer over kosten rechtsbijstand of bekijk onze werkwijze.
Uw zaak bespreken met een strafrechtadvocaat?
Meld uw zaak aan of laat u terugbellen. Een gespecialiseerde strafrechtadvocaat uit ons netwerk neemt contact met u op. De aanmelding is gratis en vrijblijvend.