Toezenden porno en/of gewelddadig materiaal aan minderjarigen (art. 240a Sr)

De delictsomschrijving

Artikel 240a van het Wetboek van Strafrecht luidt als volgt:
“Met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die een afbeelding, een voorwerp of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, verstrekt, aanbiedt of vertoont aan een minderjarige van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat deze jonger is dan zestien jaar.”

Kort en zakelijk weergegeven gaat het dus om het toezenden van afbeeldingen, voorwerpen of gegevensdragers die schadelijk kunnen zijn aan personen van beneden de 16 jaar oud. De meest recente versie van het artikel is op 22 februari 2001 in werking getreden.

Een toelichting

De achterliggende gedachte van de strafbepaling in artikel 240a Sr is dat minderjarigen eerder worden beïnvloed dan ouderen en derhalve bescherming verdienen tegen uitingen van seksuele en/of gewelddadige aard. Het artikel richt zich tot degene die (een) minderjarige(n) van beneden de 16 jaar vertoningen van seksuele en/of gewelddadige aard toezendt. De strafbepaling strekt tot het beschermen van jeugdigen tegen onwenselijk geachte beïnvloeding. Niet van belang is wat de betrokkene jeugdige zelf wilde, maar juist of deze beneden de 16 jaar is en het toegezonden materiaal schadelijk wordt geacht voor personen binnen die leeftijdscategorie.

Opzet

Voor overtreding van artikel 240a Sr is allereerst van belang dat de verdachte opzet had op het toezenden/vertonen van het materiaal. Het opzet is ingeblikt in de gebezigde werkwoorden. In de praktijk is dit opzet veelal niet moeilijk te bewijzen. Immers, met het opzettelijk verrichten van bepaalde gedragingen zal het opzet vaak gegeven zijn. Voorwaardelijk opzet is voldoende om het vereiste opzet te kunnen bewijzen. Ten aanzien van de leeftijd van het slachtoffer dient opzet of culpa aanwezig te zijn. De verdachte moet dus hebben geweten of redelijkerwijs hebben moeten vermoeden dat de persoon nog niet de leeftijd van 16 jaar had bereikt.

Schadelijk te achten

Om het bestanddeel “schadelijk te achten” te kunnen bewijzen, is niet vereist dat er daadwerkelijk schade is ontstaan. Een risico op schade voor de betrokken leeftijdsgroep in het algemeen is voldoende. Het gaat volgens de wetgever om ‘de redelijkerwijs te verwachten schadelijke invloed van het materiaal op jongeren’. Het gaat in dit artikel overigens nadrukkelijk niet slechts om seksueel getint materiaal, maar ook om andere vormen van schadelijk materiaal, zoals bijvoorbeeld uitingen van geweld.
1

Afbeelding, voorwerp of gegevensdrager

De wetgever heeft uitdrukkelijk bedoeld geschriften buiten de reikwijdte van dit artikel te houden. Om die reden zijn als bestanddelen afbeeldingen, voorwerpen en gegevensdragers opgenomen. Met name de in de strafbepaling opgenomen afbeeldingen zijn in de praktijk relevant, nu dit het meest voorkomt. Beelden die met een webcam zijn gemaakt vallen hier echter niet onder. Bepalend is of de beelden slechts op het moment zelf te zien zijn of opgeslagen worden en ook later nog eens te zien zijn. Live webcambeelden zijn daarom geen afbeeldingen in de zin van artikel 240a Sr. De in de strafbepaling genoemde voorwerpen kunnen alle soorten voorwerpen omvatten. De genoemde gegevensdragers zijn onder meer USB-sticks, CD’s, DVD’s en geheugenkaarten.

Vertoning

Voor een bewezenverklaring van overtreding van artikel 240a Sr is voorts vereist dat de verdachte de genoemde materialen ook daadwerkelijk aan een minderjarige toont. Dit vertonen kan op allerlei verschillende wijzen gebeuren. Via een WhatsAppgesprek kan dit bijvoorbeeld ook. In beginsel vereist een bewezenverklaring van dit vertonen wel een actieve handeling van de verdachte.

Aan een minderjarige

Ten slotte, en niet geheel onbelangrijk, is voor een bewezenverklaring vereist dat de genoemde materialen aan een minderjarige worden vertoond. Deze minderjarige moet individualiseerbaar zijn. Het enkele vertonen van bepaald materiaal in het openbaar (via de (social) media of anderszins) is derhalve veelal onvoldoende.

De strafbedreiging

Overtreding van artikel 240a Sr is een misdrijf. De maximumstraf die op het misdrijf is gesteld, is een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en/of een geldboete van de vierde categorie.

Hoewel de straffen voor dit soort feiten vaak niet heel hoog zijn, zijn de gevolgen van een veroordeling wel enorm. Immers, overtreding van dit artikel is een zedenfeit. Dit wordt gedurende lange tijd meegenomen bij het al dan niet verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag (VOG).
2

De afdoening

Een overtreding van artikel 240a Sr kan worden afgedaan middels een strafbeschikking. Deze strafbeschikking kan op een OM-zitting aan de verdachte worden opgelegd, maar kan ook rechtstreeks (als geldboete) per post aan de verdachte worden toegezonden. Er kan eveneens voor worden gekozen de verdachte te dagvaarden om bij de politierechter te verschijnen. Verder kan een overtreding van artikel 240a Sr afgedaan worden middels een zogenaamde OM-transactie. Toch zal dit zelden tot nooit gebeuren.

Strafrechtadvocaat nodig?

Juist omdat toezenden porno en/of gewelddadig materiaal aan minderjarigen (art. 240a Sr) zo complex is en steeds aan de hand van de omstandigheden van het geval moet worden bepaald of sprake is van overtreding hiervan, is het van groot belang dat u zich laat bijstaan door een gespecialiseerde strafrechtadvocaat. Zeker gelet op de belangen die op het spel staan is het verstandig dat u zich vooraf goed laat informeren. Het is van belang om vooraf te weten wat u kunt verwachten en welke verweren namens u gevoerd kunnen worden. U kunt ons altijd benaderen voor gespecialiseerd juridisch advies.

Deskundige strafrechtadvocaat

Strafrechtzaken.nl is een initiatief van een netwerk van strafrechtadvocaten door heel Nederland. Uw zaak zal zo spoedig mogelijk na ontvangst van uw aanmelding worden doorverwezen naar een gespecialiseerde strafrechtadvocaat, welke zo spoedig mogelijk contact met u zal opnemen. U bent met strafrechtzaken.nl verzekerd van deskundige rechtsbijstand op het gebied van het zeden. De strafrechtadvocaten die bij het netwerk zijn aangesloten hebben kennis en ervaring met toezenden porno en/of gewelddadig materiaal aan minderjarigen (art. 240a Sr). U ontvangt een eerlijk en deskundig advies. Samen met u zal de beste verdedigingsstrategie worden bepaald.

Voordelige strafrechtadvocaat

Advocaat van onvermogen / pro deo-advocaat (toevoeging)
Alle strafrechtadvocaten in ons netwerk zijn bereid u bij te staan op basis van een toevoeging. Dit houdt in dat sprake is van gesubsidieerde rechtsbijstand. Aan de hand van uw inkomen in het peiljaar (twee jaar geleden) wordt door de Raad voor Rechtsbijstand getoetst of u in aanmerking komt voor een toevoeging. Indien u in aanmerking komt voor een toevoeging betaalt u enkel een eenmalige eigen bijdrage aan de advocaatkosten. In veel gevallen bedraagt deze slechts €143,00 voor de gehele zaak! Lees hier meer over bijstand van een gespecialiseerde strafrechtadvocaat op basis van een toevoeging.

Helaas is het in sommige gevallen niet mogelijk om een toevoeging te krijgen. Dit zou kunnen betekenen dat u de kosten van rechtsbijstand zelf moet betalen. Bij strafrechtzaken.nl hanteren wij een voordeeltarief waar u bij alle aangesloten strafrechtadvocaten gebruik van kunt maken. Het betreft een extra voordelig honorarium speciaal voor bezoekers van strafrechtzaken.nl van €125,00 exclusief BTW. Dit voordeeltarief is uitsluitend geldig na doorverwijzing via strafrechtzaken.nl en is niet geldig in combinatie met andere prijsafspraken. Het is altijd verstandig om de zaak met een strafrechtadvocaat te bespreken. Indien de strafzaak wordt geseponeerd, u wordt vrijgesproken of ontslagen van alle rechtsvervolging, kunnen alle kosten van rechtsbijstand door de Staat worden vergoed. Uw strafrechtadvocaat kan u hierin adviseren en namens u een verzoekschrift indienen. Meer informatie hierover kunt u lezen op schadevergoeding strafzaak.

  1. Rechtbank Breda 5 maart 2009, ECLI:NL:RBBRE:2009:BH5639.
  2. 2 Kamerstukken II 1980/81, 15836, 6, p. 6.
    3 Gerechtshof Leeuwarden 27 maart 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BW0103.
    4 Hoge Raad 31 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2805.
    5 Rechtbank Den Haag 11 januari 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AU9492.
[DISPLAY_ULTIMATE_SOCIAL_ICONS]