Te snel rijden (art. 20 en 21 RVV)

De delictsomschrijving

Artikel 20 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 luidt als volgt:

“Binnen de bebouwde kom gelden de volgende maximumsnelheden:

    1. voor motorvoertuigen 50 km per uur;
  1. voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor:
  2. op het fietspad of het fiets/bromfietspad 30 km per uur;
  3. op de rijbaan 45 km per uur;
  4. voor gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor, en snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet op het trottoir of het voetpad 6 km per uur.”

 

Artikel 21 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 luidt als volgt:

“Buiten de bebouwde kom gelden de volgende maximumsnelheden:

  1. voor motorvoertuigen op autosnelwegen 130 km per uur, op autowegen 100 km per uur en op andere wegen 80 km per uur;
  2. voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor:
  3. op het fietspad of het fiets/bromfietspad 40 km per uur;
  4. op de rijbaan 45 km per uur;
  5. voor gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor, en snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet op het trottoir of het voetpad 6 km per uur.”

 

Kort en zakelijk weergegeven gaat het dus om het te snel rijden.

De meeste snelheidsovertredingen worden afgedaan middels de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (de zgn. Wet Mulder), maar snelheidsovertredingen van meer dan 30 te hard of van meer dan 40 te hard op de snelweg worden zo ernstig bevonden dat deze onder het strafrecht zijn gebracht. Dat heeft meerdere gevolgen.

 

eregistreerde snelheidsovertredingen

Snelheidsovertredingen die onder het strafrecht zijn gebracht, worden ook wel ‘geregistreerde snelheidsovertredingen’ genoemd, omdat deze op de justitiële documentatie (ook wel strafblad genoemd) worden geregistreerd. Dat heeft tot gevolg dat bij een nieuwe overtreding wordt bekeken of eerder sprake is geweest van een geregistreerde snelheidsovertreding. Is dat het geval, dan zal dit zeker in de strafmaat worden meegewogen (hogere boete + (langere) rijontzegging). In principe wordt twee jaar teruggekeken bij dit soort feiten, hoewel dit soort feiten maximaal 10 jaar (vaak 5) geregistreerd blijven staan op de justitiële documentatie.

 

Kennisgeving strafbaar feit en ontbieding verhoor

Wanneer de verdachte is geflitst met een forse, geregistreerde snelheidsovertreding, en de politie heeft de verdachte niet aan de kant gezet om te verifiëren wie de bestuurder was, ontvangt de kentekenhouder een ‘kennisgeving strafbaar feit en ontbieding verhoor’ van het CJIB. In deze brief worden gegevens over de snelheidsovertreding verstrekt en wordt aan de kentekenhouder gevraagd wie de bestuurder was ten tijde van het plegen van het strafbare feit en wordt verzocht diens gegevens door te geven. Indien de kentekenhouder zelf bestuurder was, wordt hem verzocht zelf contact op te nemen met het CJIB voor een telefonisch verhoor.

 

Wordt er geen reactie gegeven of weet de kentekenhouder niet wie de bestuurder is geweest, dan is de kentekenhouder zelf strafbaar op grond van artikel 165 WVW.

 

Telefonisch verhoor CJIB

Het CJIB stelt bij een telefonisch verhoor vaak redelijk standaard vragen, zoals:

  • Was u de bestuurder van de auto?
  • Erkent u dat u te hard hebt gereden?
  • Waarom reed u zo hard?

 

Na het telefonisch verhoor, rondt het CJIB het dossier af en stuurt het deze naar het CVOM in Utrecht, alwaar dan een vervolgingsbeslissing wordt genomen. Bij recidive wordt de verdachte altijd opgeroepen voor een OM-zitting of gedagvaard om bij de kantonrechter te verschijnen. Hierbij wordt namelijk volgens de richtlijnen altijd een ontzegging van de rijbevoegdheid opgelegd. Bij snelheidsovertredingen van meer dan 50 km per uur te snel, al is het de eerste keer, geldt hetzelfde. Slechts bij snelheidsovertredingen van beneden de 50 km per uur te snel en zonder recidive wordt vaak een directe strafbeschikking (geldboete) per post aan de verdachte toegezonden.

 

De snelheidsmeting

Een snelheidsmeting kan op verschillende manieren worden verricht, maar in alle gevallen geldt dat deze moet zijn verlopen volgens de wettelijke regels en volgens de eisen die aan een dergelijke snelheidsmeting worden gesteld. Pas dan kan de meting worden gebruikt voor het bewijs in een strafzaak. Per meetmethode gelden weer verschillende eisen. De meest voorkomende meetmethoden zijn:

  1. Lasergun:

Een lasergun is een mobiel meetmiddel waarmee de politie vaak op beschutte plekken gaat staan. Wanneer een auto (vermoedelijk) te snel komt aanrijden, richt de agent de lasergun op dat voertuig, waarna de lasergun aangeeft hoe hard de bestuurder dan reed. Bij een snelheidsmeting met een lasergun geldt het gebruik dat de politie de bestuurder aan de kant moet zetten om deze te (kunnen) bekeuren, omdat de lasergun verder zelf geen foto- of videoregistratie opslaat van de overtreding[1]. Een plicht is dit evenwel niet[2], maar als dit niet gebeurt, zal de politie wel moeten motiveren waarom dit het geval is.

  1. Radarsnelheidsmeter:

De radarsnelheidsmeter is beter bekend als de ‘flitser’. Bij een flitser geldt dat deze op een vaste plek of op een tijdelijke plek staat en van alle passerende voertuigen de snelheid meet. Wanneer een voertuig te snel rijdt, maakt de flitser een foto, waarna het CJIB de verwerking van de snelheidsovertreding verder oppakt.

  1. Boordsnelheidsmeter:

De boordsnelheidsmeter is de reguliere snelheidsmeter in het voertuig waarmee de politie rijdt. In dit geval volgt de politie het voertuig dat te snel rijdt, waarbij de afstand gelijk moet blijven. De politie leest dan op de snelheidsmeter af hoe hard de gevolgde auto ongeveer moet rijden. Omdat de politie hierbij tegelijk op de snelheidsmeter en naar het voorgaande voertuig moet kijken, is dit veruit de minst nauwkeurige meetmethode. Daarbij geldt dat de snelheidsmeter van de politie gekalibreerd moet zijn, omdat de nauwkeurigheid van de meter wel in orde dient te zijn. Als dit niet het geval is, dient de politie zo snel mogelijk na constatering van de snelheidsovertreding met een gecertificeerde snelheidsmeter de boordsnelheidsmeter alsnog te ‘ijken’. Bijvoorbeeld door de politieauto met een lasergun te laseren.

  1. Trajectsnelheidsmeter:

De trajectsnelheidsmeter is vaak opgenomen in de zogenaamde VROS-auto’s van de politie, die voorzien zijn van camera- en trajectmeetinstrumenten. Hier zit technologie in waardoor over een bepaald traject de tijd en afstand kan worden gemeten, waardoor de gemiddelde snelheid kan worden bepaald. Dit is de meetmethode die op het SBS6-programma ‘Wegmisbruikers’ vaak te zien is. De trajectsnelheidsmeting is de enige meting waarbij een gemiddelde snelheid wordt berekend, in tegenstelling tot de piekmeting die bij de voorgaande meetmethoden wordt gedaan. Om die reden heeft de trajectsnelheidsmeting vaak de voorkeur, al komt deze niet zo vaak voor, nu niet iedere politieauto met dergelijke apparatuur is uitgerust.
1
Hoewel, zoals gezegd, voor al deze meetmethoden verschillende eisen gelden, zijn er ook eisen die voor iedere meetmethode gelden.

 

Goedkeuring meetmiddel

Het middel waarmee wordt gemeten dient te zijn goedgekeurd door het Nederlands Meetinstituut (NMi). Het NMi dient ook een goedkeuringsverklaring voor het betreffende meetmiddel te hebben afgegeven. Deze goedkeuringsverklaring garandeert de juistheid van de snelheidsmeting en mag om die reden ook maar voor maximaal één jaar gelden.

 

Slechts boordsnelheidsmeters worden niet door het NMi geijkt. Deze worden namelijk gekalibreerd, waarbij wordt bekeken welke aangegeven snelheid op de boordsnelheidsmeter overeenkomt met de daadwerkelijke snelheid. Voor deze geldt dus ook dat er een geldig kalibratierapport dient te zijn.

 

Wettelijke correctie

Van de gemeten snelheid dient altijd nog een wettelijke correctie te worden afgetrokken, om eventuele onnauwkeurigheden in de snelheidsmeting te compenseren, waardoor de werkelijk gereden snelheid kan worden vastgesteld.

 

De wettelijke correctie bedraagt 3 km per uur voor snelheden tot en met 100 100 km per uur en 3% van de gemeten snelheid voor snelheden van boven de 100 km per uur. Deze ziet er dus als volgt uit:

Gemeten snelheid Wettelijke correctie
0 t/m 100 km per uur 3 km per uur
101 t/m 130 km per uur 4 km per uur
131 t/m 165 km per uur 5 km per uur
166 t/m 200 km per uur 6 km per uur
201 t/m 230 km per uur 7 km per uur
231 t/m 265 km per uur 8 km per uur
266 t/m 300 km per uur 9 km per uur

 

Minimumafstand tussen verkeersbord en meetplaats

Voor de afstand tussen de plaats waar een nieuwe maximumsnelheid gaat gelden en de plaats waar een snelheidsmeting wordt verricht, gelden minimumafstanden. Er wordt geen rekening gehouden met de snelheid op het weggedeelte waar de bestuurder van af komt, maar slechts met de nieuwe geldende snelheid. De minimumafstanden tussen gebod en meetplaats kunnen schematisch als volgt worden weergegeven:

Snelheid (km per uur) Snelheid (meter per seconde) Gehanteerde afstand (meter)
15 4 40
30 8 80
50 14 140
60 17 170
70 19 190
80 22 220
90 25 250
100 28 280
120 33 330

 

Worden deze minimumafstanden niet nageleefd, dan is dat in strijd met de beleidsregels van het OM en is de snelheidsmeting niet geldig.

 

De strafbedreiging

Overtreding van de maximumsnelheid is een overtreding. Wanneer de snelheid met meer dan 50 km per uur is overschreden of wanneer sprake is van recidive, wordt veelal een flinke geldboete opgelegd, in combinatie met een ontzegging van de rijbevoegdheid.

 

De hoogte van de straf is afhankelijk van verschillende factoren:

  1. De gereden snelheid;
  2. De plek waar de snelheidsovertreding is gepleegd (binnen/buiten bebouwde kom of op de snelweg);
  3. Of er sprake was van wegwerkzaamheden;
  4. Of er sprake was van recidive;
  5. Hoe hard er gereden mocht worden.

 

De gemiddelde straffen bij snelheidsovertredingen zien er qua ontzegging van de rijbevoegdheid schematisch als volgt uit:

31 t/m 49 km/u 50 t/m 69 km/u 70 t/m 99 km/u 100 km/u of meer
1e overtreding Enkel geldboete 2 mnd OBM 4 mnd OBM 6 mnd OBM
2e overtreding 2 mnd OBM 4 mnd OBM 6 mnd OBM 8 mnd OBM
3e overtreding 4 mnd OBM 6 mnd OBM 8 mnd OBM 10 mnd OBM

 

Natuurlijk zijn dit gemiddelden, waarvan in voorkomend geval kan worden afgeweken. Onze advocaten kunnen u daarbij helpen, zodat u het rijbewijs niet (voor lange tijd) kwijtraakt!

 

De geldboetes variëren sterk. Onze advocaten kunnen u altijd concreet adviseren over de te verwachten geldboete in uw zaak.

 

De afdoening

Een forse overtreding van de maximumsnelheid kan worden afgedaan middels een strafbeschikking. Deze strafbeschikking kan op een OM-zitting aan de verdachte worden opgelegd, maar kan ook rechtstreeks (als geldboete) per post aan de verdachte worden toegezonden. Hiervan zal in de praktijk door het OM het meest gebruik worden gemaakt. Nu volgens de richtlijnen van het OM bij snelheidsovertredingen van meer dan 50 km per uur of bij recidive een ontzegging van de rijbevoegdheid wordt opgelegd, kiest het OM er vaak voor de verdachte op te roepen voor een OM-zitting. In zwaardere zaken kan ook ervoor worden gekozen de verdachte te dagvaarden om voor de kantonrechter te verschijnen. Verder kan een forse overtreding van de maximumsnelheid afgedaan worden middels een zogenaamde OM-transactie. Toch zal dit zelden tot nooit gebeuren.

Strafrechtadvocaat nodig?

Juist omdat te snel rijden (art. 20 en 21 RVV) zo complex is en steeds aan de hand van de omstandigheden van het geval moet worden bepaald of sprake is van overtreding hiervan, is het van groot belang dat u zich laat bijstaan door een gespecialiseerde strafrechtadvocaat. Zeker gelet op de belangen die op het spel staan is het verstandig dat u zich vooraf goed laat informeren. Het is van belang om vooraf te weten wat u kunt verwachten en welke verweren namens u gevoerd kunnen worden. U kunt ons altijd benaderen voor gespecialiseerd juridisch advies.

Deskundige strafrechtadvocaat

Strafrechtzaken.nl is een initiatief van een netwerk van strafrechtadvocaten door heel Nederland. Uw zaak zal zo spoedig mogelijk na ontvangst van uw aanmelding worden doorverwezen naar een gespecialiseerde strafrechtadvocaat, welke zo spoedig mogelijk contact met u zal opnemen. U bent met strafrechtzaken.nl verzekerd van deskundige rechtsbijstand op het gebied van het verkeersstrafrecht. De strafrechtadvocaten die bij het netwerk zijn aangesloten hebben kennis en ervaring met te snel rijden (art. 20 en 21 RVV). U ontvangt een eerlijk en deskundig advies. Samen met u zal de beste verdedigingsstrategie worden bepaald.

Voordelige strafrechtadvocaat

Advocaat van onvermogen / pro deo-advocaat (toevoeging)
Alle strafrechtadvocaten in ons netwerk zijn bereid u bij te staan op basis van een toevoeging. Dit houdt in dat sprake is van gesubsidieerde rechtsbijstand. Aan de hand van uw inkomen in het peiljaar (twee jaar geleden) wordt door de Raad voor Rechtsbijstand getoetst of u in aanmerking komt voor een toevoeging. Indien u in aanmerking komt voor een toevoeging betaalt u enkel een eenmalige eigen bijdrage aan de advocaatkosten. In veel gevallen bedraagt deze slechts €143,00 voor de gehele zaak! Lees hier meer over bijstand van een gespecialiseerde strafrechtadvocaat op basis van een toevoeging.

Helaas is het in sommige gevallen niet mogelijk om een toevoeging te krijgen. Dit zou kunnen betekenen dat u de kosten van rechtsbijstand zelf moet betalen. Bij strafrechtzaken.nl hanteren wij een voordeeltarief waar u bij alle aangesloten strafrechtadvocaten gebruik van kunt maken. Het betreft een extra voordelig honorarium speciaal voor bezoekers van strafrechtzaken.nl van €125,00 exclusief BTW. Dit voordeeltarief is uitsluitend geldig na doorverwijzing via strafrechtzaken.nl en is niet geldig in combinatie met andere prijsafspraken. Het is altijd verstandig om de zaak met een strafrechtadvocaat te bespreken. Indien de strafzaak wordt geseponeerd, u wordt vrijgesproken of ontslagen van alle rechtsvervolging, kunnen alle kosten van rechtsbijstand door de Staat worden vergoed. Uw strafrechtadvocaat kan u hierin adviseren en namens u een verzoekschrift indienen. Meer informatie hierover kunt u lezen op schadevergoeding strafzaak.

  1. 1 Gerechtshof Leeuwarden 30 mei 2001, ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0155.
    2 Gerechtshof Leeuwarden 4 februari 2004, ECLI:NL:GHLEE:2004:AO5435.
[DISPLAY_ULTIMATE_SOCIAL_ICONS]