Verbod harddrugs (art. 2 Opiumwet)

De delictsomschrijving
Artikel 2 van de Opiumwet luidt als volgt:
“Het is verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid:
A. binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen;
B. te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren;
C. aanwezig te hebben;
D. te vervaardigen.”
Kort en zakelijk weergegeven gaat het dus om allerlei vormen van het verbod op harddrugs. De meest recente versie van het artikel is op 1 juli 2006 in werking getreden.

Een toelichting

Overtreding van artikel 2 Opiumwet komt veelvuldig voor. Artikel 2 Opiumwet staat niet op zichzelf, maar moet in combinatie met artikel 10 Opiumwet worden bezien, alsmede in combinatie met lijst I, behorende bij de Opiumwet. Overtreding van artikel 2 Opiumwet kan zowel een overtreding als een misdrijf opleveren, maar daarover later in dit stuk meer. Artikel 2 Opiumwet valt uiteen in meerdere verschillende verboden, namelijk het verbod op:
– het im- of exporteren van harddrugs;
– het telen/bereiden/bewerken, vervoeren of leveren van harddrugs;
– het aanwezig hebben van harddrugs;
– het vervaardigen van harddrugs.
Het artikel richt zich tot degene die zich op enigerlei wijze bezighoudt met harddrugs. Het artikel beschermt de maatschappij door te voorkomen dat harddrugs in omloop raken, waardoor ook de maatschappelijke gezondheid en veiligheid kan worden aangetast.

Welke middelen vallen onder dit artikel?

Artikel 2 Opiumwet ziet op verdovende middelen waarvan het gebruik een onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid met zich meebrengt. Dit zijn dus de middelen genoemd op lijst I van de Opiumwet. Toch moet dit ruim worden uitgelegd. XTC wordt bijvoorbeeld niet genoemd in lijst I, maar MDMA (één van de werkzame stoffen in XTC) wel. XTC is dus toch een verboden middel op grond van de Opiumwet.

Binnen/buiten het grondgebied van Nederland brengen

Wat de wetgever heeft bedoeld met het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van drugs wordt nader verduidelijkt in artikel 1 lid 4 en 5 Opiumwet, namelijk:
“Onder binnen het grondgebied van Nederland brengen van middelen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, is begrepen: het binnen het grondgebied van Nederland brengen van de voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen zijn en elke op het verder vervoer, de opslag, de aflevering, ontvangst of overdracht gerichte handeling, met betrekking tot die middelen, die binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht, of tot de voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen zijn. (art. 1 lid 4 Opiumwet)”
En:
“Onder buiten het grondgebied van Nederland brengen van middelen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, is begrepen: het buiten het grondgebied van Nederland brengen van de voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen zijn en het met bestemming naar het buitenland vervoeren, ten vervoer aannemen of ten vervoer aanbieden, het ten uitvoer dan wel ten wederuitvoer aangeven, daaronder begrepen het doen van een summiere aangifte bij uitgaan of het in kennis stellen van de wederuitvoer, in de zin van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2013, L 269) of het in, op of aan een naar het buitenland bestemd vaar-, voer- of luchtvaartuig aanwezig hebben van die middelen, of van die voorwerpen of goederen. (art. 1 lid 5 Opiumwet)”
In de praktijk wordt het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van harddrugs ruim geïnterpreteerd. Zo is ook sprake van het binnen het grondgebied van Nederland brengen indien de verdachte de drugs tijdelijk opslaat in Nederland, terwijl hij weet dat het kort daarvoor door een ander is ingevoerd. Ook betrokkenheid bij het daadwerkelijk invoeren van de goederen is volgens de rechtspraak niet vereist. Bovendien ziet het binnen of buiten het grondgebied brengen van de harddrugs niet alleen op de handelingen die zijn verricht nadat de goederen feitelijk binnen Nederland zijn gebracht. Ook doorvoer binnen Nederland kan onder omstandigheden hieronder vallen, bijvoorbeeld in het geval de verdachte een persoon benadert met de vraag de harddrugs vanuit een container door te voeren naar elders in Nederland. Daarnaast kan sprake zijn van invoeren wanneer de verdachte klaar staat om een lading drugs te onderscheppen en de drugs dus niet zelf binnen Nederland brengt. Gelet hierop, wordt dit begrip erg ruim uitgelegd.

Bovendien is bij in- en uitvoer in de praktijk vaak sprake van betrokkenheid van meerdere daders. Voorbeelden van handelingen waarbij men zich schuldig kan maken aan in-/uitvoer zijn:
– opdracht geven/eigenaar zijn van de zending;
– koerier of feitelijk vervoerder zijn;
– toezichthouder zijn;
– afhaler zijn.

De in- en uitvoer kan zich dus op veel verschillende wijzen manifesteren.

Telen

Het telen van harddrugs is later toegevoegd aan artikel 2 Opiumwet, nu dit vanuit de Europese Unie werd verplicht. Met telen wordt bedoeld het gehele productieproces. Dit betreft dus bijvoorbeeld het proces van het laten groeien van de cocaplant tot en met de verkoop van het eindproduct.

Bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren

De begrippen bereiden, bewerken en verwerken sluiten op elkaar aan en hebben een nauwelijks verschillende betekenis. Van bereiden en verwerken is sprake wanneer harddrugs worden geproduceerd. Van bewerken is sprake wanneer bepaalde stoffen worden veranderd/aangepast. Van verkopen is sprake wanneer ten minste een deal wordt gesloten, zelfs al is er nog niet betaald. Ook bij ruilen kan sprake zijn van ‘verkopen’. Van verstrekken is sprake indien de drugs feitelijk ter beschikking worden gesteld aan een ander. Vaak is verstrekken niet/nauwelijks te onderscheiden van afleveren. Deze handelingen kunnen elkaar bovendien opvolgen of overlappen, waardoor deze tegelijk kunnen plaatsvinden.
Van vervoeren is sprake wanneer de drugs van de ene naar de andere locatie worden gebracht. Daaronder moeten veel verschillende handelingen worden verstaan, waaronder ook het gooien van de drugs naar de ontvanger.
In de praktijk geldt: hoe meer drugs er worden geproduceerd/verkocht, hoe hoger de straf.

Aanwezig hebben

Voor aanwezig hebben is voldoende dat de verdachte de goederen binnen zijn handbereik/machtssfeer heeft. Niet hoeft te worden bewezen dat de verdachte de eigenaar is van de drugs of dat hij hierover de beschikkingsmacht heeft. Zo kan de bestuurder van een auto drugs aanwezig hebben wanneer de passagier deze bij zich heeft. Toch moet wel steeds enige macht over de drugs worden bewezen. Het enkele verblijven in een woning waarvan je weet dat er drugs aanwezig zijn hoeft nog geen ‘aanwezig hebben’ op te leveren.
Overigens kan bij het gebruik van drugs niet worden bewezen dat de verdachte deze aanwezig heeft. Dat zou een te ruime uitleg van het begrip ‘aanwezig hebben’ opleveren.

Vervaardigen

Onder vervaardigen moet worden begrepen het maken of samenstellen van drugs. Ingevolge artikel 1 lid 3 Opiumwet wordt onder vervaardigen ook verstaan het raffineren en omzetten van drugs. Dit artikel wordt vaak gebruikt bij de vervolging van zogenaamde ‘drugslabs’.

Tegenonderzoek

Nu altijd met een onderzoek moet worden vastgesteld of sprake is van een middel als bedoeld in lijst I van de Opiumwet, garandeert artikel 6 EVRM dat de verdachte recht heeft op een tegenonderzoek indien een onderzoek uitwijst dat sprake is van een stof vermeld in lijst I behorende bij de Opiumwet. In veel gevallen is dit echter niet mogelijk, bijvoorbeeld door vernietiging van de middelen. In een dergelijk geval kan een advocaat vaak met succes verweer voeren op het feit dat dit recht niet kan worden verwezenlijkt, al is dit wel afhankelijk van veel factoren. Meent u dat uw middelen ten onrechte positief zijn getest? Neem dan snel contact met ons op.
1

Opzet

Wil bewezen kunnen worden dat de verdachte een misdrijf heeft gepleegd, dan zal moeten worden bewezen dat de verdachte opzettelijk handelde. Voor de bewezenverklaring is voldoende dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op het plegen van het delict, oftewel dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat hij een strafbaar feit pleegde m.b.t. harddrugs.
Dit opzet kan al vrij snel bewezen worden, bijvoorbeeld wanneer de verdachte harddrugs in zijn koffer meeneemt op reis of wanneer de verdachte zonder nader onderzoek een door een ander gegeven voorwerp meeneemt op reis.

De strafbedreiging

De strafbedreiging bij overtreding van artikel 2 Opiumwet varieert sterk en is met name afhankelijk van de hoeveelheid harddrugs en de vraag of de verdachte opzettelijk handelde.>

Overtredingen

Een overtreding is de lichtste vorm van een strafbaar feit. Overtreding van artikel 2 van de Opiumwet kan een strafrechtelijke overtreding opleveren wanneer sprake is van de gevallen genoemd in artikel 10 lid 1 Opiumwet. Van belang is dat de verdachte geen opzet had op het plegen van het delict, anders is sprake van een misdrijf. Indien de verdachte geen opzet had op het plegen van het delict, geldt een maximumstraf van zes maanden hechtenis en/of geldboete van de derde categorie. Eveneens kan de verbeurdverklaring van de middelen worden uitgesproken.

Misdrijven

In tegenstelling tot de overtredingen, geldt bij de misdrijven dat voor een bewezenverklaring vereist is dat de verdachte de feiten opzettelijk pleegde.

Opzettelijk in- en uitvoeren

Wanneer sprake is van opzettelijk in- of uitvoeren van harddrugs, geldt een maximumgevangenisstraf van twaalf jaar en/of een geldboete van de vijfde categorie (art. 10 lid 5 Opiumwet). Indien sprake is van een kleine hoeveelheid voor eigen gebruik gelden lagere maximumstraffen, namelijk een gevangenisstraf van één jaar en/of geldboete van de derde categorie (art. 10 lid 6 Opiumwet).

Opzettelijk telen, verwerken, bewerken, vervoeren, afleveren etc.

Indien de verdachte opzettelijk handelt in strijd met het onder B. genoemde verbod, geldt een maximumgevangenisstraf van acht jaar en/of geldboete van de vijfde categorie (art. 10 lid 4 Opiumwet).

Opzettelijk aanwezig hebben

Wanneer sprake is van het opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs, geldt een maximumgevangenisstraf van zes jaar en/of een geldboete van de vijfde categorie (art. 10 lid 3 Opiumwet). Indien sprake is van een kleine hoeveelheid voor eigen gebruik gelden lagere maximumstraffen, namelijk een gevangenisstraf van één jaar en/of geldboete van de derde categorie (art. 10 lid 6 Opiumwet).

Opzettelijk vervaardigen

Wanneer sprake is van opzettelijk vervaardigen van harddrugs, geldt een maximumgevangenisstraf van acht jaar en/of een geldboete van de vijfde categorie (art. 10 lid 24 Opiumwet).

Voor alle hierboven genoemde feiten geldt dat bij een veroordeling eveneens de verbeurdverklaring van de goederen kan worden uitgesproken.

Verdere maatregelen

In de praktijk is te doen gebruikelijk dat de inbeslag genomen harddrugs aan het verkeer zullen worden onttrokken, nu deze vanzelfsprekend verboden zijn. Ook kan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de verdachte worden ontnomen.

De afdoening

Een overtreding van artikel 2 Opiumwet kan in bepaalde gevallen worden afgedaan middels een strafbeschikking. Het gaat dan om de feiten waarop een maximumgevangenisstraf van zes jaar of minder is gesteld. De strafbeschikking kan op een OM-zitting aan de verdachte worden opgelegd, maar kan ook rechtstreeks (als geldboete) per post aan de verdachte worden toegezonden. Verder kan een overtreding van artikel 2 Opiumwet in de genoemde gevallen afgedaan worden middels een zogenaamde OM-transactie. Toch zal dit zelden tot nooit gebeuren. In de praktijk wordt er vaak voor gekozen de verdachte te dagvaarden om bij de rechtbank te verschijnen. Bij feiten met een maximumgevangenisstraf van meer dan zes jaren, moet zelfs gedagvaard worden.

Een advocaat

De gevolgen voor de verdachte zijn bij vervolging voor artikel 2 Opiumwet groot. Zo worden de goederen vaak onttrokken aan het verkeer, kan er een ontnemingsvordering komen en zijn ook overigens de straffen hoog. Vaak is er op veel punten goed verweer te voeren door een advocaat. Gelet hierop, is het van groot belang dat u zich laat bijstaan door een gespecialiseerde advocaat. U kunt ons altijd benaderen voor gespecialiseerde juridische bijstand!

Strafrechtadvocaat nodig?

Juist omdat verbod harddrugs (art. 2 Opiumwet) zo complex is en steeds aan de hand van de omstandigheden van het geval moet worden bepaald of sprake is van overtreding hiervan, is het van groot belang dat u zich laat bijstaan door een gespecialiseerde strafrechtadvocaat. Zeker gelet op de belangen die op het spel staan is het verstandig dat u zich vooraf goed laat informeren. Het is van belang om vooraf te weten wat u kunt verwachten en welke verweren namens u gevoerd kunnen worden. U kunt ons altijd benaderen voor gespecialiseerd juridisch advies.

Deskundige strafrechtadvocaat

Strafrechtzaken.nl is een initiatief van een netwerk van strafrechtadvocaten door heel Nederland. Uw zaak zal zo spoedig mogelijk na ontvangst van uw aanmelding worden doorverwezen naar een gespecialiseerde strafrechtadvocaat, welke zo spoedig mogelijk contact met u zal opnemen. U bent met strafrechtzaken.nl verzekerd van deskundige rechtsbijstand op het gebied van harddrugs. De strafrechtadvocaten die bij het netwerk zijn aangesloten hebben kennis en ervaring met verbod harddrugs (art. 2 Opiumwet). U ontvangt een eerlijk en deskundig advies. Samen met u zal de beste verdedigingsstrategie worden bepaald.

Voordelige strafrechtadvocaat

Advocaat van onvermogen / pro deo-advocaat (toevoeging)
Alle strafrechtadvocaten in ons netwerk zijn bereid u bij te staan op basis van een toevoeging. Dit houdt in dat sprake is van gesubsidieerde rechtsbijstand. Aan de hand van uw inkomen in het peiljaar (twee jaar geleden) wordt door de Raad voor Rechtsbijstand getoetst of u in aanmerking komt voor een toevoeging. Indien u in aanmerking komt voor een toevoeging betaalt u enkel een eenmalige eigen bijdrage aan de advocaatkosten. In veel gevallen bedraagt deze slechts €143,00 voor de gehele zaak! Lees hier meer over bijstand van een gespecialiseerde strafrechtadvocaat op basis van een toevoeging.
Helaas is het in sommige gevallen niet mogelijk om een toevoeging te krijgen. Dit zou kunnen betekenen dat u de kosten van rechtsbijstand zelf moet betalen. Bij strafrechtzaken.nl hanteren wij een voordeeltarief waar u bij alle aangesloten strafrechtadvocaten gebruik van kunt maken. Het betreft een extra voordelig honorarium speciaal voor bezoekers van strafrechtzaken.nl van €125,00 exclusief BTW. Dit voordeeltarief is uitsluitend geldig na doorverwijzing via strafrechtzaken.nl en is niet geldig in combinatie met andere prijsafspraken. Het is altijd verstandig om de zaak met een strafrechtadvocaat te bespreken. Indien de strafzaak wordt geseponeerd, u wordt vrijgesproken of ontslagen van alle rechtsvervolging, kunnen alle kosten van rechtsbijstand door de Staat worden vergoed. Uw strafrechtadvocaat kan u hierin adviseren en namens u een verzoekschrift indienen. Meer informatie hierover kunt u lezen op schadevergoeding strafzaak.
2

  1. 1 O.a. Hoge Raad 17 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3328.
  2. 1 O.a. Hoge Raad 17 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3328.
[DISPLAY_ULTIMATE_SOCIAL_ICONS]